Gebruikerslogin

Psyche & Geloof Actueel

Psyche & Geloof 28, 2017 - 3

Beschikbaar
Titel: MMPI-2 en EPPS persoonlijkheidsprofielen bij zendelingen
Auteur(s): Leenhouts-van der Maas, R.
Het doel van het huidige onderzoek was een persoonlijkheidsprofiel van de Nederlandse zendeling te vormen met behulp van de MMPI-2 en de EPPS. In overeenstemming met eerder onderzoek van Waelen (2012) werd de hypothese opgesteld dat de Nederlandse zendeling hoog scoort op affectiviteit en affiliatie en laag op sociale introversie. Hiernaast werd er ook verwacht dat de zendeling focust op het zorgen voor anderen en zijn focus niet legt op de realiteitszin en sociale conventies. 856 zendelingen hebben tussen 2002 en 2014 deelgenomen aan een assessment bij InTransit. Resultaten ondersteunen de hypothese over het persoonlijkheidsprofiel van de Nederlandse zendeling. Het profiel duidt op een persoonlijkheid die gekenmerkt wordt door een overmatige neiging voor anderen te zorgen ten koste van de eigen autonomie.
MMPI-2 and EPPS personality profiles of missionaries -- De purpose of this study was to obtain a personality profile of the Dutch missionary using MMPI-2 and EPPS. In line with research from Waelen (2012) we hypothesized that the Dutch missionary would show a personality with high scores on affection and affiliation and low scores on social introversion. It was also hypothesized that the missionaries would focus on taking care of others and not so much focusing on reality and social convention. 856 missionaries took part in an assessment between 2002 and 2014 at InTransit, a cross-cultural psychologist practice. Results supported the hypothesis about the personality profile of the Dutch missionaries. Missionaries show a personality that is characterized by a tendency to take care of others at the cost of own autonomy.
zendeling, MMPI-2, EPPS, persoonlijkheidsprofiel,
Titel: Handreiking bevrijdingspastoraat binnen de Protestantse Kerk in Nederland
Auteur(s): Aarnoudse, J.
In 2014 verscheen het boekje Handreiking bevrijdingspastoraat: Pastorale mogelijkheden en valkuilen. Deze handreiking is ontstaan binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Hoe is binnen een brede en pluriforme kerk als de Protestantse Kerk een gezamenlijk spreken over ‘bezetenheid’ en bevrijdingspastoraat mogelijk? In dit artikel wordt door één van de auteurs een terugblik geboden op het schrijfproces en op de afwegingen en inhoudelijke beslissingen die daarbij een rol speelden. Een belangrijke hermeneutische wissel is hoe men het bijbels demonologische spreken waardeert. Welk wereldbeeld en werkelijkheidsopvatting worden gehanteerd? Hoe komen mensen er toe zich ook vandaag nog ‘bezeten’ te noemen. Hoe verhoudt zich dat met een modern of postmodern wereldbeeld en met de actuele geneeskundige – psychiatrische praktijk? Er wordt – ook binnen de kerk – heel verschillend over gedacht. Er werd gestopt in de schrijfgroep met het zoeken naar een convergerende visie. De verschillen werden uitgangspunt. Tegelijk kent de kerk een rituele en pastorale traditie ten aanzien van mensen die zich persoonlijk aangedaan weten door de macht van het kwaad. Kan die niet geactualiseerd worden en bruikbaar zijn voor pastores, lokale kerken en pastorale teams met uiteenlopende ontologische visies? Of is het concept bevrijdingspastoraat per definitie behept met veronderstellingen die uitgaan van een misplaatste concreetheid waar het gaat om het kwaad en het demonische, zoals prof. G. Glas in een artikel uit 2009 stelt? De schrijfgroep is daar niet van overtuigd. Van der Kolm (mede-auteur van de handreiking) zette in een artikel (2012) uiteen wat volgens hem het tegoed van bevrijdingspastoraat kan zijn. Een bevrijdingspastorale praktijk die zorgvuldig, zonder zich af te zetten tegen de psychiatrie, wordt uitgevoerd en die aansluit bij het wereldbeeld en het geloofsverstaan van een gekweld persoon en diens geloofsgemeenschap, kan complementair heilzaam zijn op andere behandeling en begeleiding. In de handreiking wordt vervolgens veel werk gemaakt van de noodzaak tot evenwichtig en zorgvuldig pastoraal handelen. Vandaar de ondertitel.
Guidance for deliverance ministry within the Protestant Church in the Netherlands -- In 2014 the booklet Guidance for deliverance ministry: Pastoral opportunities and pitfalls was published. This guide was developed within the Protestant Church of the Netherlands. This raises an important question, namely: how is a collective voice about ‘possessiveness’ and deliverance ministry possible, especially within a broad and versatile church like the Protestant Church in the Netherlands? In this article one of the auteurs reflects upon the writing process, and the considerations and essential decisions that played a role during the process. For example, an important hermeneutical change is how the biblical speech about demonology is appreciated. Central question to the writing group was: Which worldview and concept of reality was used? What are the reasons that people still call themselves ‘possessed’ today? And how does that relate to the modern or postmodern worldview and the present healthcare system – psychiatric practice? There are, even within the church, many different views on this issue. Therefore, the writing group stopped trying to find a converging vision. Instead, the differences became the starting point. They noticed that at the same time the church has a ritual and pastoral tradition with regard to people who find themselves personally affected by the power of evil. They asked themselves, can this not be updated and be useful for pastors, local churches, and pastoral teams with diverse ontological views? Or is the concept of deliverance ministry intrinsically afflicted with the presumptions of misplaced concreteness when it talks about evil and demons, like Prof. G. Glas states in an article from 2009? The writing group is not convinced by this statement. Van der Kolm (co-autor of the guide) described in an article (2009) what he believes can be the benefits of deliverance ministry. A deliverance ministry that is performed carefully, without disregarding the psychiatric practice, and which is in line with the worldview and understanding of faith of the tormented person and his or her community, can be complementary to the healing process, and to other treatment and support. In addition, the guide has a substantial and important section on the necessity of balanced and thoughtful pastoral acting, which explains the subtitle.
bevrijdingspastoraat, psychiatrie, bezetenheid, Protestantse Kerk in Nederland,
Titel: Zorgethische reflectie en moreel beraad in de praktijk van leidinggeven
Auteur(s): Belt, T. van den
Wat is goede ethiek voor het leidinggeven? Het laatste decennium is veel onderzoek verricht naar ethiek voor leiderschap aan medewerkers. Dit onderzoek is voornamelijk gebaseerd op deugdethiek. Het is de vraag of deze ethische discipline de meest passende is. Op grond van het axioma dat leiderschap een relationeel concept is, kan wellicht een relationele ethiek als meer passend gedacht worden. De zorgethiek biedt een goede basis voor het leidinggeven. Wederkerige relatie en verantwoordelijkheid zijn hierbij centrale begrippen. Zorgethische reflectie biedt goede mogelijkheden om morele vragen van leiderschap te beantwoorden. Dat kan alleen of samen met collega’s in moreel beraad.
Care-ethical reflection and moral deliberation on leadership -- What are good ethics for leaders on the workplace? Much recent inquiry on leadership ethics is based on virtue ethics. Is the central point of leadership required? To find an answere we put the question: What is the core of leaderhip? Based on the axiom that the central issue of leadership is the human being, therefore relational ethics fit as leadership ethics. The ‘care ethics’ give a good base for ethics to shopfloorleaders. Reciprocal relationship and responsibility are central aspects. The practice of these ethics can be reflected alone and in dialogue with collegue leaders in a moral deliberation.
leiderschap, zorgethische reflectie, moreel beraad,
Titel: Worstelen met het bestaansmysterie
Auteur(s): Praag, H.M. van
De Kok beschrijft in zijn nieuwe boek de worsteling van 25 uiteenlopende wetenschappers en kunstenaars met de Gods-idee. De portretten zijn scherp getekend, maar lijken ze? De schrijver van dit stuk licht er twee portretten uit en wel, van de twee mensen die hij het beste kent: dat van Freud en dat van hemzelf. Freuds houding ten aanzien van religiositeit is raak getroffen, maar wordt volgens de schrijver te mild beoordeeld. Hoe kan een zo geavanceerde, innoverende psychiater als Freud zo ongenuanceerd oordelen over een persoonlijkheidstrek die voor veel mensen tegemoet komt aan een existentiële behoefte, die om ‘omhoog te denken’. Het portret van Van Praag lijkt in veel opzichten, maar niet in alle. De Kok verwondert zich bijvoorbeeld dat Van Praag God almachtig maar tevens feilbaar noemt. Hoe kan dat vraagt hij zich af? Dat kan. Van Praag meent dat de Pentateuch bij herhaling demonstreert dat God feilbaar is. Hoe kan Hij dan een goede mentor zijn, vraagt de Kok. Van Praag stelt: juist daarom is Hij zo’n goede mentor. Macht impliceert kennelijk geen onfeilbaarheid, zelfs almacht niet. Een prachtig voorbeeld voor de mens! Van Praag deelt de Koks enthousiasme voor Spinoza’s Gods-ideeën niet. God af te snijden van het boven-natuurlijke, staat gelijk aan het wegsnijden van Zijn essentie.
Struggling with the Mystery of Living -- In his new book De Kok writes about the struggle of 25 scientists and artists with God, and more in general with the transcendental reality. The portraits are welldrawn, but another question is: do they resemble the real person? In this paper the author examines two portraits as to that, portraits of the people he knows best: Freud and that of himself. He concludes that Freuds attitude regarding religiosity is well typified but judged too mildly. It is considered surprising that such an advanced and innovative psychiatrist speaks in such an unsubtle way about an existential need of so many people, i.e. the need “to think upward”. The portrait of Van Praag looks like him in several, but not all respects. De Kok, for example, is puzzled by the fact that Van Praag speaks about a God that is almighty, yet fallible. The five books of Moses, however deliver numerous examples. How can a fallible God be an exemplary mentor, asks De Kok? He can, and he is to Van Praag. In his view God demonstrates that might, even almightiness, does not imply infallibility. A powerful example for human beings. Van Praag does not share De Koks appreciation of Spinoza’s views on the God-idea. To distance God from the supernatural is to eliminate his essence.
vrije wil, Godsidee, atheïsme, bestaansmysterie, dialektiek, dogmatiek,