Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 21, 2010 - 4

Beschikbaar
Titel: De pressie om je zelf te worden. Depressie en identiteitsdruk in een performancecultuur (p. 237-246)
Auteur(s): Lange, F. de
Voor een mogelijke verklaring van de ‘depressie-epidemie’ wijst Trudy Dehue in haar gelijknamige boek op het morele dictaat dat de neoliberale cultuur aan elk individu oplegt om het lot in eigen hand te nemen. Dehues’ analyse verdient een verdieping. Niet de competitieve prestatiemaatschappij (de concurrentie met anderen), maar de competitie van het individu met zichzelf is wellicht een depressogene factor bij uitstek. Wie depressief wordt, kan de wedstrijd met zichzelf niet meer aan. Twee wegen voeren de performancecultuur van selfenhancement wellicht uit de impasse, ‘zelftranscendentie’ en zelfacceptatie.
Depression and identity pressure in a culture of performance. Trudy Dehue rightly refers to the moral dictate of neoliberal culture for a possible explanation of – what she calls – the ‘depression epidemic’. Every individual must be the master of her or his own fate. However striking, her analysis deserves further elaboration. Not the competition with others within the performance society, but the competition of the individual with him- or herself might be considered a pre-eminent depressogene factor. Losing the energy and the ability to surpass her or his own performance leads into depression. Two ways might show a way out of this impasse: self transcendence and self acceptation.
depressie, identiteit, performancecultuur, zelftranscendentie, zelfacceptatie,
Titel: Depressie is ook een ziekte (p. 247-255)
Auteur(s): Glas, G.
De titel van dit artikel is polemisch en richt zich tegen een zekere eenzijdigheid in de benadering van Trudy Dehue in haar boek De depressie-epidemie. Ik zal beargumenteren dat dit boek vooral de discussie over de legitimatie van het depressiebegrip aansnijdt en de discussie over de (concept-) validiteit van het begrip depressie laat liggen. De eerste discussie gaat over het gebruik van de term depressie in een klinische en alledaagse context; de tweede discussie over het wetenschappelijke begrip depressie. Beide discussie betreffen verschillende aspecten van het ziektebegrip, corresponderend met wat ik gemakshalve samenvat als ziekte (1) (klinisch, alledaags) en ziekte (2) (wetenschappelijk). Beide discussies raken elkaar wel. Zo stelt het wetenschappelijke ziektebegrip grenzen aan de discussie over de legitimatie van het begrip depressie. Ik schets hoe de DSM een poging bedoelt te zijn om de twee ziektebegrippen met elkaar te verbinden. Die poging is maar heel gedeeltelijk gelukt. Er worden wegen geschetst om uit de impasse te komen. Het slot van het artikel laat zien dat er een benadering van depressie mogelijk is waarin het fenomeen depressie wordt verbonden met maatschappelijke en levensbeschouwelijk processen. Depressie kan op dit niveau worden gezien als een falen van de veelzinnige afstemming tussen mens en omgeving.
Depression is also a disease. Dehue’s book on the depression epidemic is slightly one-sided in that it predominantly addresses the topic of the legitimacy of the concept of depression in everyday and clinical practice, thereby overlooking the equally important scientific discussion on the (concept) validity of the term depression. The first discussion deals with what I call disease (1) and relates to the societal, juridical, moral and personal implications of suffering from depression. The second discussion is focused on disease (2) and relates to the scientific soundness of the concept of depression. Each discussion affects the other one. For instance, the scientific concept of depression (disease 1) provides boundaries and direction for the discussion on the legitimacy of the depression diagnosis (disease 2). In the next part I sketch how the DSM-III can be seen as an attempt to overcome the gap between clinical and scientific language, or, in other words, the gap between the two concepts of disease. This attempt has failed on major points. I try to show in what way progress can be made in the discussion on the taxonomy of mood disorder. At the end of the article I argue that it is possible to connect the phenomenon of depression with overarching societal and religious themes. At this level depression can be seen as a failure and even breakdown in multidimensional fine-tuning of the connection between man and his environment.
depressie, ziekte, stoornis, legitimatie, validering, afstemming,
Titel: Woorden wegen waar geen vinden is (p. 256-262)
Auteur(s): Walton, M.
De centrale vraag is, hoe men toegang kan krijgen tot de ervaring van depressie met alle betekenislagen die daarin opgeslagen liggen. Vijf aspecten komen aan de orde. Ten eerste het erkennen en respecteren van ervaringen van mensen met depressie vanuit hun eigen perspectief. Ten tweede het oog hebben voor beelden en taal die toegang verschaffen tot die ervaringen. Het derde punt gaat over het verkennen en verhelderen van de lagen van betekenis die in de ervaringen opgeslagen liggen. Daarbij wordt de vraag gesteld, of wat aangezien wordt als symptoom van depressie niet soms een uiting van rouw zou kunnen zijn, ofwel het onvermogen om rouw te uiten. In de vierde plaats wordt gesproken over plaatsbekleding om een ankerpunt te bieden buiten het tij van de ervaringen. Ten slotte wordt het zoeken naar mogelijkheden genoemd om verbinding tot stand te brengen.
‘Weighing words where no ways are found’. Central question is how one can gain access to the experience of depression with its various layers of meaning. Five aspects are discussed. First of all the author emphasizes the importance of recognizing and respecting a person’s experience of depression from his or her own perspective. Secondly the use of imagery and metaphorical language that can provide initial access comes to the fore. In the third place the process of uncovering and exploring the layers of meaning that have become sedimentary in experiences of depression is investigated. It is asked whether much that is taken to be a symptom of depression might not be an expression of bereavement, or the incapacity to express bereavement. The fourth aspect is vicariousness in the sense of providing an external anchor amidst the tides of experience. The final point has to do with the search for possibilities of restoring connectedness.
depressie, geestelijke verzorging, betekenisgeving, rouw, erkenning,
Titel: Godsbeeld en depressie bij ouderen in Sassenheim: een detailverkenning naar schuldgevoelens (p. 263-274)
Auteur(s): Schaap-Jonker, H., Braam, A.W., Noort, A., Deeg, D.J.H.,
– Achtergrond. De vraag hoe religie met depressie samenhangt, laat zich vaak in verband brengen met schuldgevoelens en ook met christelijke doctrines over schuld. – Doel. In de huidige verkennende studie komt de vraag aan de orde hoe aspecten van het godsbeeld (in godsdienstpsychologische zin) samenhangen met schuldgevoelens, zowel onder niet-depressieve ouderen als bij ouderen met aanwijsbare depressieve symptomen. – Methoden. Het betreft een cross-sectionele studie in 2005 onder de oudere bevolking in Sassenheim (N = 67, 68-93 jaar), welke is opgezet als een pilot studie voor de Longitudinal Aging Study Amsterdam. Depressieve symptomen zijn gemeten met de Center for Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D), waaraan één item over schuld is toegevoegd. Godsbeeld is onderzocht met de Vragenlijst Godsbeeld, twee subschalen van de God Image Scale en met items van de brief RCOPE. – Resultaten. Bij niet depressieve ouderen (CES-D < 16; n = 44) hangen schuldgevoelens significant samen met positieve gevoelens naar God en een perceptie van God als steunend. Ook bestond er een sterke samenhang met schuldattributie, als wijze van religieuze coping. Bij depressieve ouderen (CES-D >= 16; n = 15) zijn deze samenhangen van gelijke sterkte, maar door de kleine groepsgrootte niet meer significant. Wel hangen schuldgevoelens in de depressieve groep sterk samen met de perceptie van God als heersend en straffend, en met de perceptie van God als stimulerend en uitdagend. Schuldgevoelens bij depressieven zijn meer uitgesproken aanwezig bij protestanten dan bij rooms-katholieken. – Conclusie. Bij ouderen lijken schuldgevoelens in de normale situatie een weergave van een als steunend beleefde omgang met God. Bij ouderen met depressieve symptomen blijken schuldgevoelens te getuigen van belevingen naar God als heersend, straffend, of op de proef stellend. Mogelijk lopen depressogene cognities parallel aan dit meer autoritaire godsbeeld, al dan niet gelijktijdig met een depressieve episode.
God image and depression among older adults in Sassenheim: an exploratory study on feelings of guilt. - Background. Possible relationships between religiousness and depression often evoke questions about the role of guilt feelings and Christian doctrines in this matter. - Objective. In the current, exploratory study, associations are studied between aspects of God image (employing a psychological approach) and feelings of guilt in two groups: older adults with low levels of depressive symptoms and older adults with substantial levels of depressive symptoms. - Methods. A cross-sectional study among community dwelling older adults (N = 67, age 68-93) in Sassenheim, The Netherlands, was carried out as a pilot study within the scope of the Longitudinal Aging Study Amsterdam. Depressive symptoms were assessed using the Center for Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D). One item about feelings of guilt was added to the CES-D. God image was assessed using the Questionnaire God Image by Murken (1998) and translated by Schaap-Jonker (2008), two subscales of the God Image Scales (Lawrence, 1997), as well as items of the brief RCOPE (Pargament, 1999). - Results. Among the non-depressed respondents (CES-D < 16; n = 44), feelings of guilt were significantly associated with positive feelings towards God and the perception of God as being supportive. Feelings of guilt were also strongly associated with religious coping by punishment attribution. Among depressed respondents (CES-D >= 16; n = 15), the strength of the associations was similar but the associations did not reach significance due to the small size of this subgroup. Nevertheless, feelings of guilt were significantly associated in this group with the perception of God as ruling or punishing, as well as the perception of God as challenging. Finally, within the depressed subgroup, feelings of guilt were more prevalent among Protestants, compared to Roman Catholics. - Conclusion. Among older adults without substantial levels of depressive symptoms, feelings of guilt seem to correspond with a religious companionship in which God is perceived as positive and supportive. Among older adults with depressive symptoms, feelings of guilt are associated with the perception of God as punishing and challenging. Possibly, depressive cognitions parallel this authoritarian image of God, which may either precede depressive episodes, or be caused by the affective state during a depression.
Godsbeeld, depressie, religieus, ouderen, schuld, epidemiologie,
Titel: Geluk bij ongeluk (p. 229-236)
Auteur(s): Dehue, T.
In de afgelopen twee decennia nam het aantal mensen dat aan depressiebestrijding doet in rap tempo toe. In Nederland verdubbelde het aantal gebruikers van antidepressiva tussen 1999 en 2006, terwijl er ook vele andere manieren ontstonden om depressie te bestrijden, variërend van verschillende typen psychotherapie tot cursussen op het internet, zelfhulpboeken, Sint Janskruid of neurobiofeedback. Het is duidelijk dat niet alle gebruikers hiervan depressief zijn in de klassieke, ernstige betekenis van het woord, die staat voor diep lijden en onvermogen tot leven. Velen vroegen zich dan ook af, waardoor juist in welvarende landen zoals Nederland zoveel mensen middelen gebruiken om depressie te bestrijden. Terwijl de meeste verklaringen erop neerkomen dat we tegenwoordig ook lichte vormen van depressie onaanvaardbaar vinden, zoekt dit artikel het antwoord in de toename aan betekenissen die het woord depressie in de loop der tijd kreeg.
On unhappiness in affluent countries. In the past two decades the number of people combatting depression has rapidly risen. In the Netherlands, the number of people using antidepressants doubled between 1999 and 2006, whereas many other means to combat depression came on the market varying from different kinds of psychotherapy to internet-courses, self-help books, Saint John’s Wort, or neurobiofeedback. Clearly, not all users of these treatments are depressed in the classical severe meaning of the word referring to deep suffering and inability to live. Many have wondered why, particularly in affluent countries such as the Netherlands, numerous people use means to combat depression. Whereas most explanations presuppose that these days we consider mild depression unacceptable too, this article looks for an explanation in an increase of meanings the word depression acquired in the course of time.
depressie, betekenis, depressie-epidemie, maakbare individu,