Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 22, 2011 - 1

Beschikbaar
Titel: Ezechiël op de sofa: van mystieke ervaring tot religieuze waan? (p. 2-7)
Auteur(s): Blom, J.D.
Stemmen, visioenen en andere aberrante perceptuele belevingen worden sinds mensenheugenis toegeschreven aan God, de duivel, engelen en geesten. Binnen het biomedisch paradigma wordt in dergelijke gevallen gesproken van hallucinaties en wanen. Maar waar eindigt de pathologie en begint de authentieke mystieke ervaring? Of valt dit laatste begrip buiten het denkkader van de psychiatrie en is daarom alles op dit terrein per definitie een hallucinatie of waan? Aan de hand van de mystieke ervaringen van Socrates, Descartes, Hildegard von Bingen, Jeanne d’Arc, Emanuel Swedenborg, Helen Schucman en Ezechiël zullen de sterk uiteenlopende interpretaties worden geschetst van dergelijke belevingen, bezien vanuit een religieus en een natuurwetenschappelijk perspectief. Uit dit betoog vloeit de aanbeveling voort om bij religieus gekleurde wanen en hallucinaties (1) vast te stellen in hoeverre sprake is van lijdensdruk en/of disfunctioneren, (2) indien geïndiceerd, te zoeken naar een biomedische oplossing en (3) ten behoeve van de religieuze dimensie samenwerking te zoeken met de geestelijke verzorging.
Ezechiel on the couch: From mystical experience to religious delusion. Voices, visions, and other aberrant perceptual experiences have since time immemorial been attributed to God, the devil, spirits, and ghosts. Within the biomedical paradigm, such instances are designated as hallucinations and delusions. But where does pathology end, and where does the authentic metaphysical experience begin? Or does the latter notion fall outside psychiatry’s framework, and is therefore anything in this area by definition a hallucination or delusion? In view of the mystical experiences of Socrates, Descartes, Hildegard of Bingen, Joan of Arc, Emanuel Swedenborg, Helen Schucman, and Ezekiel, the widely diverging interpretations of such experiences will be described from the point of view of a religious and a scientific perspective. This argument will culminate in a recommendation regarding cases of hallucinations and delusions with a religious content, to (1) establish the degree of suffering and/or dysfunctioning, (2) if indicated, to seek a biomedical solution, and (3) pursue the collaboration with a chaplain to cover the religious dimension.
geestelijke verzorging, hallucinatie, djinn, mystieke ervaring, biomedisch model,
Titel: Over de Christuswaan en werkelijkheid (p. 8-17)
Auteur(s): Ypma, S
Wanneer is een religieuze ervaring een waan en wanneer niet? In dit artikel wordt deze vraag vanuit de verschijningservaring van Christus beantwoord met behulp van de psychoanalytische interpretatie van de waan. Door naar de psychodynamiek achter de waan als fenomeen te kijken, komt deze in een ander licht te staan dan als stoornis. Dat is een veel te simpele constatering. De waan kan een heel zinvolle functie vervullen, te weten een poging tot genezing en een bron van zekerheid te zijn.
On Christ delusions and reality. When a religious experience is a delusion, and when it is not? In this article I will answer this question on the basis of a particular case study: an appearance of Christ in personal life, interpreted by the psychoanalytic theory. The psychodynamics behind the delusion make clear, that it is more than pure craziness. It turns out to be an ultimate attempt to survive, meaningful and even supporting. The delusion even can be seen as a way to be healed.
religieuze ervaring, waan, psychodynamiek, zekerheid,
Titel: Dominee, wat vindt u ervan? Een pastoraal perspectief op waan en spirituele ervaring (p. 18-31)
Auteur(s): Aarnoudse, J.
Vanuit de bepaling van pastoraat als christelijke geestelijke verzorging (Heitink, 2000), worden vragen gesteld bij de sobere (gesloten) werkelijkheidsopvatting binnen de westerse cultuur. Hedendaagse psychiatrie als geneeskundige discipline is gebaseerd op de wetenschapstraditie die aan de sobere (gesloten) werkelijkheidsopvatting ten grondslag ligt. Binnen de christelijke traditie is er verschillend gereageerd op de moderne wetenschapstraditie. De auteur is kritisch met betrekking tot het reductionisme dat daaruit kan voortkomen. Hij bepleit de pastorale meerwaarde van openheid voor de mogelijkheid dat er bij bijzondere (spirituele) ervaringen werkelijkheid in het spel is, ook als deze niet empirisch-wetenschappelijk is vast te stellen. Daarnaast wordt in het artikel de intern christelijke gedachtebepaling aangeroerd rond de vraag, op welke wijze binnen een christelijke context bijzondere ervaringen kunnen worden getoetst, of hoe er pastoraal evenwichtig mee kan worden omgegaan. De samenwerking tussen een pastoraal team en psychiatrische hulpverlening wordt besproken en afgebakend.
‘Reverend, what about you?’ A pastoral perspective on delusion and spiritual experience. From the domain of pastorate, seen as Christian spiritual care, questions arise on the sober (closed) notion of reality in the Western culture. Contemporary medical psychiatry is based on a scientific tradition which shaped this sober (closed) notion of reality. The Christian tradition knows mixed responses to the modern scientific tradition. The author has a critical view on the reductionism it can lead to. He highlights the added value of openness in pastoral work which takes into account that reality can play a role in special (spiritual) experiences, even when this cannot be scientifically or empirically determined. Moreover, the article touches upon the discussion within the Christian tradition on how special experiences can be tested in a Christian context, or dealt with in a balanced manner. Finally the cooperation between pastoral and psychiatric care is discussed and defined.
waan, psychiatrie, spirituele ervaring, pastorale zorg, werkelijkheid, geloof en wetenschap,
Titel: Casuïstische bijdrage over het maken van onderscheid tussen religieuze en pathologische fenomenen in de psychiatrische praktijk (p. 32-38)
Auteur(s): Jong, E. de
In de klinische praktijk is het niet altijd eenvoudig onderscheid te maken tussen spirituele fenomenen en pathologische fenomenen. In dit artikel worden aan de hand van een drietal casus verschillende psychiatrische benaderingen geïllustreerd die behulpzaam kunnen zijn in de klinische afweging rondom deze thematiek.
A casuistic contribution on the distinction between religious and pathological phenomena in psychiatric practice. In clinical practice it is not always easy to differentiate between authentic spiritual phenomena and pathological phenomena. In this article three cases are described to illustrate different psychiatric approaches that may be helpful in clinical assessment around this theme.
religieuze ervaring, spiritualiteit, religieuze psychopathologie,
Titel: Zonder zicht. Over het revaliderend vermogen van ‘omhoog denken’ (p. 39-47)
Auteur(s): Praag, H.M. van
De mens kent de behoefte z’n leven zin te geven. Zingeving drijft een leven vooruit. Zingeving staat gelijk aan betekenisgeving. Betekenis krijgt een leven door zich doelen te stellen en te proberen die te verwezenlijken. Luiheid en betekenisgeving zijn dus tegendelen. De drang tot zingeving kan als self-generated worden ervaren of als goddelijk geïnspireerd. Van religiositeit – de behoefte en het vermogen het leven een verticale dimensie te geven – kan een belangrijke zingevende invloed uitgaan. Zin verschaft een leven toekomstperspectief. Zinverlies leidt tot verlies aan toekomstverwachtingen. Wie geen verwachtingen meer heeft boet in aan levenslust, eventueel levenswil. Op dit punt aangekomen, komt de psychiater c.q. de psychotherapeut in zicht. Kort wordt ingegaan op de oorzaken van zinverlies en de mogelijkheden tot behandeling. In de psychiatrie krijgt zin-deficiëntie niet de aandacht die het verdient.
Without a view. Men, at least many among them, know the urge to provide life with purpose and meaning. This urge constitutes a strong, forward driving force. Moreover it procures life with significance. One pursues goals and attempts to attain them. That generates feelings of satisfaction. Laziness is thus irreconcilable with a meaningful life. The urge for meaning can be experienced as selfgenerated or rather as divinely inspired, as a divine charge. Religiosity – i.e. the urge and ability to provide life with a vertical dimension – can thus be an important meaning-generated personality feature. Meaning provides life with a view, with prospects for the future. With the loss of meaning in life the future withers, lust for life and possibly also the will to live fade away. At this point the psychiatrist or psychotherapist comes in sight. Some conditions that may lead to a loss of meaning in life are briefly discussed, as well as ways to approach them therapeutically. Having lost meaning in life is a condition that does not get sufficient attention in psychiatry.
betekenisgeving, zingeving, luiheid, oorzaken zinverlies, religiositeit en zinverlies,