Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 18, 2007 - 3

Beschikbaar
Titel: Persoonlijke zingeving en ouderen: Een overzicht van theorie, empirie en praktijk (p. 118-135)
Auteur(s): Westerhof, G.J., Kuin, Y.,
In dit artikel wordt een overzicht geboden van theorieën, onderzoek en theoretische toepassingen met betrekking tot persoonlijke zingeving bij ouderen. Uit bestaande theorieën wordt een definitie van persoonlijke zingeving gedestilleerd als een psychologisch proces, waarbij mensen betekenis toekennen en richting geven aan hun leven en het daarmee in een breder perspectief plaatsen. Vervolgens worden de belangrijkste bronnen van persoonlijke zingeving onderscheiden. Dit zijn de eigen persoon, fysieke integriteit, materiële behoeften, activiteiten, verbondenheid en het leven in het algemeen. Het onderscheid tussen persoonlijke zingeving en verwante begrippen als welbevinden, coping en levensverhalen wordt eveneens besproken. Verschillende determinanten van zingeving worden genoemd, waarna ingegaan wordt op de rol van persoonlijke zingeving bij het proces van ouder worden. Uit het besproken onderzoek blijkt dat de mate van zinervaring weinig verschilt tussen leeftijdsgroepen. De rol die verschillende zingevingsbronnen spelen in de persoonlijke zingeving verschilt echter wel al naargelang de levensfase waarin men verkeert. Het artikel sluit af met de implicaties voor de praktijk van de ouderenpsycholoog.
Personal meaning and older adults: A review of theory, research, and applications - This article reviews theories, research and practical applications with regard to personal meaning in older adults. The review of existing theories results in a definition of personal meaning as a psychological process in which individuals make sense of, and look for purpose in their lives and thereby place their lives in broader perspectives. The most important sources of meaning are distinguished as: the own person, physical integrity, material needs, activities, relatedness, and life in general. The difference between personal meaning and related concepts (well-being, coping, and narratives) is discussed. After reviewing different determinants of personal meaning, an in-depth discussion of personal meaning in later life follows. The existing research shows that older individuals do not differ much from other age groups in their experience of the meaningfulness of life. The sources of meaning are stronger related to one’s life phase. The article concludes with implications for the practical work of psychologists working with older adults.
zingeving, ouder worden, levensloopontwikkeling, praktische toepassingen,
Titel: Narrativiteit, levensboeken en constructievan zin (p. 136-152)
Auteur(s): Tromp, T., Bouwer, J.,
In dit artikel doen we verslag van de ontwikkeling van een instrument waarmee we effecten van het maken van en werken met levensboeken op de constructie van zin in levensverhalen van ouderen(80+) beogen vast te stellen. Het instrument stelt formele verhaalkenmerken vast op verschillende verhaalniveaus: op auditief, grammaticaal en episodisch niveau en op het niveau van plot en levensbeschouwing. Het instrument is ontwikkeld in het kader van een breder project over de effectiviteit van levensverhaalmethoden in de ouderenzorg, mogelijk gemaakt door financiering van ZonMw. We beschrijven het analyse-instrument dat ontwikkeld is voor het meten van de effecten van levensboeken en lichten de werking daarvan toe aan de hand van een casus.
Narratives, Life Stories and Construction of Meaning - In this article we reflect upon the development of an instrument for measuring the effects of the making of and working with life books on the construction of meaning in the life stories of elderly people (80+). The scale measures formal characteristics on different narrative levels, namely on the auditive, grammatical and episodic, and plot and worldview levels. It is demonstrated by means of a case study. The instrument described in this article has been developed within the framework of a larger research project about the effects life stories have in the care for the elderly. This project was financed by ZonMW (Dutch Institute for Research in Care and the Medical Sciences).
identiteit, ouderen, religie, Levensverhalen, zelfrepresentatie, reminiscentie, constructie van zin,
Titel: Het verlangen naar stilte. Oudere religieuzen aan het woord (p. 153-167)
Auteur(s): Overbeecke, L.
Dit artikel heeft betrekking op de begeleiding van oudere vrouwelijke religieuzen. Het beschrijft, na een korte historische schets van hun huidige situatie, een meerdaagse retraite waarin religieuzen reflecteren op en hun verlangen uitspreken naar een verdieping van hun religieuze leven en hun relatie met God en medemensen. Aan bod komen de kernmomenten van het proces dat in deze retraite plaatsvindt en de wijze waarop geestelijk begeleiding daaraan een bijdrage kan leveren.
The longing for silence: Elderly Sisters begin to speak - The subject of this article is the spiritual guidance of elderly Sisters of active Congregations. It describes a three-days retreat of a group of Sisters, in which they reflect upon and speak about their longing for deepening their religious life and their relationship to God and their neighbours, including their desire for moments of retreat and silence in their daily lives. A short overview of their backgrounds and actual living situation in the first part of the article learns however, that there may exist some contrast between those longings and the sphere of living in (formerly) active Congregations. The article reflects upon the core moments of the process that is occuring in the retreat and upon the way in which spriritual guidance can contribute to such processes and to the translation of the outcomes to the home situation. In this kind of guidance an important role is played by the very ancient concept of ‘quality of life’, which is a crucial concept in the mystical tradition.
oudere religieuzen, geestelijke begeleiding, retraite,
Titel: Een godsdienstpsychologische classic van Nederlandse bodem (p. 170-187)
Auteur(s): Belzen, J.A. van
Dit artikel handelt over de context en ontvangst van de monografie Karakter en aanleg in verband met het ongeloof (1939), geschreven door de internationaal bekende Nederlandse psycholoog-psychiater H.C. Rümke (1893-1967). Rümke was nauwelijks bekend met de godsdienstpsychologie, maar zijn studie is een echte klassieker van de Nederlandse godsdienstpsychologie geworden: ze is een twaalftal keren herdrukt en diverse keren vertaald (in het Engels onder de titel The Psychology of Unbelief, Rümke, 1939/1951). In het artikel wordt de invloed van Rümke besproken op de organisatie van de opleiding tot theologie en specifiek van de pastorale psychologie. Hoewel Rümke zichzelf waarschijnlijk niet beschouwde als een godsdienstpsycholoog, is hij een van de belangrijkste pleegouders geweest van de godsdienstpsychologie in Nederland.
A Dutch Classic in the Psychology of Religion - This article deals with the context and reception of the monography Karakter en Aanleg in verband met het Ongeloof (1939) by the internationally renown Dutch psychologist-pychiatrist H.C. Rümke (1893-1967). Rümke shows to have been hardly involved in the discipline of psychology of religion, but his study has become the veritable classic of Dutch psychology of religion. It has been reprinted a dozen times and translated into several languages (in English published under the title: The Psychology of Unbelief, Rümke, 1939/1951). In the article Rümke’s influence on the organization of the scientific world of theology and especially of pastoral psychology is discussed. Although Rümke probably did not consider himself as a psychologist of religion, he has been one of the most important ‘foster parents’ of the discipline in the Netherlands.
godsdienstpsychologie, geschiedenis, Karakter en aanleg in verband met het ongeloof,