Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 17, 2006 - 4

Beschikbaar
Titel: Een eigen ruimte voor christelijke psychotherapie I: Probleemverkenning en oplossingsrichting (p. 193-207)
Auteur(s): Loonstra, B.
Dit is het eerste van twee artikelen waarin de vraag wordt beantwoord of er een eigen ruimte is voor christelijk georiënteerde psychotherapie tussen pastoraat aan de ene en niet identiteitsgebonden psychotherapie aan de andere kant. Daartoe wordt allereerst de literatuur over de verhouding tussen pastoraat en psychotherapie in het algemeen verkend en vervolgens de vraag gesteld of in het grensgebied christelijk genormeerde psychotherapie een nuttige functie kan vervullen. Daarna wordt een verkennend onderzoek onder christelijke psychiaters, psychotherapeuten en GZ-psychologen (N = 68) over deze thematiek beschreven. De belangrijkste uitkomst was, dat het eigene van christelijke psychotherapie vooral gezien werd in het begrip van de hulpverlener voor de godsdienstige aspecten van de problematiek en in het bieden van een veilige omgeving voor kerkelijke/ gelovige cliënten. Geen duidelijk beeld ontstond over de betekenis van de autonomie van de cliënt. Ten slotte wordt over de autonomie en in relatie daarmee het eigen karakter van pastoraat en dat van psychotherapie verder nagedacht, en over de consequenties daarvan voor christelijke psychotherapie.
A Particular Room for Christian Psychotherapy 1: Problem-Orientation and Directives for Solutions - In the first article of two the question is introduced whether a particular room for Christianly oriented psychotherapy can be distinguished between pastoral care on the one side and psychotherapy in general on the other. In order to answer this question first the literature about the relationship between pastorate and psychotherapy in general is explored. Then it is asked whether in the borderland between both Christianly standardized psychotherapy can play a useful role. An exploratory inquiry among Christian psychiatrists, psychotherapists, and health-psychologists (N = 68) on this subject is described. Its most important outcome was, that above all things the particular characteristic of Christian psychotherapy was seen in the caregiver’s understanding for the religious aspects of the problems and in offering a safe entourage for religious clients. No clear image arose about the significance of the client’s autonomy. Finally some considerations are given about autonomy in relation to the own character of both pastoral care and psychotherapy, and about its consequences for Christian psychotherapy.
psychotherapie, pastoraat, christelijke psychotherapie, autonomie,
Titel: Een eigen ruimte voor christelijke psychotherapie II: Theorievorming (p. 208-218)
Auteur(s): Loonstra, B.
Dit is het tweede van twee artikelen waarin de vraag wordt beantwoord of er een eigen ruimte is voor christelijk georiënteerde psychotherapie tussen pastoraat aan de ene en niet identiteitsgebonden psychotherapie aan de andere kant. Daartoe worden in aansluiting aan de existentiële psychologie aanzetten tot een algemene theorie gegeven, waarop een eigen christelijk georiënteerde psychotherapeutische methode kan worden gebouwd. Het uitgangspunt wordt genomen in het basale antropologische gegeven van de drievoudige eindigheid: van de levensduur, van de individuele mogelijkheden en van het zelf tegenover de ander en het andere. Psychisch disfunctioneren wordt herleid tot een niet willen en/ of durven onderkennen van de eigen eindigheid in de genoemde drie richtingen. Het mechanisme om het besef van eindigheid te verdringen uit zich in zelfexpansie als hoogste levensdoel. De aanvaarding van de eigen eindigheid kan leiden tot zelftranscendentie in de brede betekenis van relaties leggen met de wereld buiten het zelf en voor die relaties verantwoordelijkheid nemen. De hoofdstelling is, dat de complementaire begrippen eindigheidsbesef en zelftranscendentie alle ruimte bieden voor de ontwikkeling van een christelijk gearticuleerde methode voor psychotherapie.
A Particular Room for Christian Psychotherapy 2: Framing a Theory - In the second article of two, impulses for a general theory are given, in which a particular room for Christianly oriented psychotherapy can be established between pastoral care on the one hand and psychotherapy in general on the other. This theory is framed in continuity with existential psychology, and can serve as the basis for a particular Christianly oriented psychotherapeutic method. The starting-point is chosen in the basic anthropological fact of threefold finiteness: the finiteness of lifetime, of individual possibilities, and of the self over against the ‘other’. Psychological malfunctioning is explained by not wanting and/ or daring to recognize the own finiteness in the mentioned three directions. It is stated that the mechanism of repressing the awareness of finiteness is put into effect by self-expansion as the highest purpose in life. Accepting one’s own finiteness, on the contrary, may lead to self-transcendence in the broad sense of relating to the world beyond the self and taking responsibility for the resulting relationships. The main thesis is, that the complementary concepts of awareness of finiteness on the one hand and self-transcendence on the other, meet the necessary conditions for developing a Christianly articulated method of psychotherapy.
christelijke psychotherapie, pastoraat, theorievorming, existentiële eindigheid, verdringing, zelfexpansie, zelftransendentie,
Titel: Ultieme bestaansnoties in de psychotherapie, theologisch te verstaan? (p. 219-228)
Auteur(s): Bouman, E.
Dit artikel is gebaseerd op de theologie van Paul Tillich (1886-1965) Tillich maakt in zijn theologie onderscheid tussen het existentiële-zijn, het essentiële-zijn en het Nieuwe-Zijn. Hij beschouwt de existentie als een open vraag waarop de openbaring (van God) het antwoord is. Dat antwoord is het Nieuwe-Zijn en licht als totaal nieuw op in de existentiële situatie. Het Nieuwe-Zijn is Jezus Christus. In de ontmoeting met Hem wordt de mens in zijn ware identiteit (het essentiële-zijn) aangesproken. Jezus aanvaardt de mens en bevrijdt hem. De mens die deze bevrijding in geloof aanvaardt komt tot zijn ware identiteit. Aan de theologie van Tillich wordt een denkkader ontleend dat in psychotherapie onder andere kan worden gebruikt om het existentiële-zijn van het essentiële-zijn te onderscheiden en processen te verhelderen. Het kan bovendien worden gebruikt in het gesprek tussen psychologie en theologie.
Ultimate Notions of Existential Being in Psychotherapy: Theological Understanding? - This article is based on de theology of Paul Tillich (1886-1965). In his theology he distinguishes between existential-being, essential-being and New-Being. Existence itself is a question, Tillich says. The answer at this question comes from theology not as an expected answer but as a new answer, expressed in de New-Being, that is Jesus the Christ. In the encounter with the New-Being man becomes aware of the essential-being. The essential-being is actually mans real identity. The essential-being is freed when the New-Being meets it and in belief is accepted. On the basis of this theological frame we look at a case-history (of psychotherapy) to make clear how this model can be used. This leads to some insights that are important for the practice of psychotherapy and the understanding of existential anxiety. The theological frame can also be used in the discussion between psychology and theology.
existentiële-zijn, existentiele angst en – schuld, essentiële-zijn, Nieuwe Zijn, vervreemding,
Titel: Aandacht voor existentiële thema’s in psychotherapie (p. 229-240)
Auteur(s): Versteegt, P.
Yalom (1980) heeft aandacht gevraagd voor existentiële thema’s in psychotherapie. De vraag in dit artikel is op welke wijze psychotherapeuten daar aandacht voor hebben. Daartoe zijn vier psychotherapeuten geïnterviewd. De conclusie is dat existentiële psychotherapie kan worden opgevat als een existentieel-levensbeschouwelijk leerproces.
Existential Themes in Psychotherapy - Yalom (1980) paid attention to existential themes in psychotherapy. In this article it is questioned in which way psychotherapists handle existential themes. Four psychotherapists are interviewed. It is concluded that existential psychotherapy can be viewed as a kind of existential–philosophical learning process.
Existentiële psychotherapie