Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 23, 2012 - 3

Beschikbaar
Titel: Religieuze coping: Ontwikkelingen, en onderzoek in Nederland (139-149)
Auteur(s): Pieper, J.Z.T.
We schetsen een aantal ontwikkelingen op het gebied van theoretiseren over en het meten van religieuze coping. Uitgangspunt is het Amerikaanse religieuze copingonderzoek van Pargament. Aanvullingen betreffen receptieve, spirituele en rituele copingstrategieën. Betoogd wordt dat de meetinstrumenten aangepast zullen moeten worden aan ontwikkelingen in de samenleving: opkomst nieuwe spiritualiteit en islam. Daarna gaan we in op empirisch onderzoek in Nederland dat zich richt op de effecten van religieuze coping op het welzijn van de degenen die een crisis moeten verwerken.
Past and recent developments regarding theorizing about and measuring of religious coping are discussed. Starting point is the research of the American psychologist of religion Pargament. Complementary religious coping strategies, like receptive, spiritual and ritual coping, are addressed. Measuring instruments of religious coping have to adapt to cultural changes: rise of new spirituality and islam. The second part of the article presents an overview of recent research in the Netherlands regarding the effects of religious coping on wellbeing.
coping, religieuze coping, welzijn, nieuwe spiritualiteit, christendom, Islam, ritueel,
Titel: De invloed van integratie van religie in een psychologische behandeling op het behandelresultaat. Bespreking van een lopende studie (150-158)
Auteur(s): Glas, G., Bouwhuis-van Keulen, A.J., Eurelings-Bontekoe, E.H.M.,
Er zijn tot op heden slechts zeven studies uitgevoerd naar het effect van integratie van religie, het christelijke geloof in het bijzonder, in een psychologische behandeling op behandelresultaat. Dit type onderzoek staat dan ook nog in de kinderschoenen. In dit artikel bespreken we een lopend onderzoek naar de invloed van het bespreken van religieuze onderwerpen in een psychologische behandeling op het behandelresultaat. We gaan in op het onderzoeksdesign, de onderzoeksvariabelen en de uitvoering van het onderzoek, en op de verbeteringen ten opzichte van bestaande wetenschappelijke studies. We beargumenteren dat de lopende studie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bestaande literatuur, omdat het een randomized controlled trial betreft onder GGZ-patiënten, waarin ook rekening wordt gehouden met de mate waarin de patiënt het al dan niet wenselijk vindt om over religie te spreken. Dit maakt mogelijk het specifieke effect van het praten over religie te onderscheiden van het non-specifiek effect van een match tussen wat de patiënt wenst en wat hij in behandeling daadwerkelijk ontvangt.
There is a dearth of studies on the effect of integration of religion, especially Christianity, in psychotherapy on treatment outcome, although this kind of research is in development. In this article, we describe a current study on the influence of paying attention to religious themes in psychotherapy on treatment outcome. We describe the study design, the study variables and the study method; in addition, we describe how this study may extend prior research on this topic. We argue that the current study may be considered a significant contribution to extant scientific knowledge for several reasons: the study is a randomized controlled trial, participants are clinical patients, and the extent to which patients desire to speak about religious themes in psychotherapy is controlled for. This enables to disentangle the specific effect of speaking about religion in psychotherapy from the non-specific effect of the match or mismatch between content of treatment with patients wishes.
religie, psychotherapie, behandelresultaat,
Titel: Lichaam-geesttheorieën en vrijheid (151 – 166)
Auteur(s): Labooy, G.H.
De auteur schetst het landschap van de philosophy of mind; een popularisering van complexe filosofische thema’s voor geïnteresseerden vanuit de GGZ. Hij start vanuit de bevreemdende ervaring dat DBS (deep brain stimulation) een positief effect heeft op patiënten met dwangstoornissen. Zijn onze gedachten dan inderdaad alleen maar neurobiologische stroomstootjes? Achtereenvolgens beschrijft de auteur de verschillende visies op het lichaam-geestprobleem: fysicalisme, dualisme en de compositievisie, teruggaand op (onder andere) Duns Scotus (1265-1308). De auteur weet juist het laatste model te verbinden met zowel vrijheid gezien als verlangen (disposities) als vrijheid gezien als een vermogen tot alternativiteit. Op grond daarvan prefereert hij de compositievisie boven dualisme en (soft) fysicalisme.
Against the backdrop of the puzzling phenomenon of DBS (Deep Brain Stimulation), the author describes the prevailing mind-body theories: physicalism and Cartesian dualism. Besides these two modern views, he describes the medieval view of a composition of mind and body. He argues that physicalism, non-reductive brands included, cannot account for human freedom. Next, Cartesian dualism cannot account for the intricate interweavement of mind and body. In contrast, the (Scotistic) medieval view of a composition is able to account for both the requirement of interweavement and of freedom. Therefore the author argues that this scholastic composition theory, which prevailed in European universities until the end of the eighteenth century, has a lot to offer and deserves to be examined carefully by modern scholars in order to overcome the present deadlock in the debate.
philosophy of mind, neurowetenschap, fysicalisme, vrijheid, compositie van lichaam en geest,
Titel: Spiritualiteit of geloof binnen de GGZ: een dimensionele benadering (167-175)
Auteur(s): Voorwinden, P.
In dit artikel komt aan de orde dat spiritualiteit of geloof op een impliciete manier van invloed is op het hulpverleningsproces binnen de geestelijke gezondheidszorg. Tevens wordt beschreven hoe geloof op een expliciete manier betrokken kan worden bij de hulpverlening. Ten slotte worden enkele spirituele interventies genoemd en wordt stilgestaan bij de vraag naar de effectiviteit van spirituele interventies.
This article describes how spirituality or faith is implicitly involved in the manner in which treatment is provided, and also describes in what way (the aspect of) faith can become an explicit topic within treatment. The manner in which faith can be integrated into treatment is related, among other things, to such factors as the setting, the goals of treatment, the therapy relationship, and the religious match between patient and therapist. Some spiritual interventions are described: the effects are valued different.
geestelijke gezondheidszorg, spiritualiteit, geloof, integratie,