Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 24, 2013 - 1

Beschikbaar
Titel: Towards a philosophy of science for Christian psychology (p. 3-19)
Auteur(s): Johnson, E.L.
De meeste hedendaagse psychologen, onder wie veel christenen, gaan ervan uit dat psychologie noodzakelijkerwijs een seculiere discipline is , ofwel een vakgebied dat metafysische of godsdienstige standpunten moet vermijden. De moderne psychologie ontleent haar succes immers aan de manier waarop zij haar veld van onderzoek definieert met betrekking tot de metafysica en de kennisleer. Moderne psychologen mogen hun werkveld uiteraard definiëren zoals ze willen, maar de filosofische bronnen van de christelijke traditie, met name de bijdragen van Augustinus en Thomas van Aquino, wijzen in de richting van een geheel andere opvatting over wat psychologie inhoudt. Het artikel is een zeer voorlopige schets van een wetenschapsfilosofische beschrijving en verantwoording van een psychologie die in grote lijnen is afgeleid van hun kennisleer. Deze psychologie neemt de drie-ene God en zijn openbaring in de Schriften met betrekking tot de individuele mens serieus en wordt derhalve gedefinieerd op basis van christelijke vooronderstellingen.
Most contemporary psychologists, including many Christians, assume that psychology is necessarily a secular discipline – one that must avoid taking any metaphysical or religious positions with reference to their studies – such has been the success of modern psychology in defining the field according to its own metaphysical and epistemological assumptions. Modern psychologists, of course, are entitled to define the field as they wish. However, the philosophical resources of the Christian tradition particularly the contributions of Augustine and Thomas Aquinas – point towards a very different understanding of psychology. The following is a very preliminary outline of a philosophy of science, generally derived from their epistemology, for a psychology that takes the triune God and his revelation in the Christian Scriptures seriously with reference to a science of individual human beings – a psychology defined according to Christian assumptions.
Augustinus, christelijke psychologie, Thomisme, filosofie, epistemologie,
Titel: Psychologische theorievorming en geloof (p. 19-33)
Auteur(s): Ouweneel, W.J.
Christenpsychologen lijken vaak gevangen in het dilemma van óf een modern-sciëntistische of positivistische benadering, óf een obscurantistische of biblicistische benadering, óf een traditioneel- scholastische benadering (met bijvoorbeeld haar dicho- of trichotomie). Een dergelijk dilemma kan alleen worden opgelost door een grondige bezinning op de voorvragen: ten eerste door een christelijk-wijsgerige antropologie (waarbij een theologische antropologie van dienst kan zijn) en ten tweede door een christelijke benadering van de wetenschapsfilosofie, om de status van psychologische en psychiatrische theorieën en modellen op christelijke wijze te kunnen vatten. Volgens de christelijke wijsbegeerte is geloof (in transcendent-religieuze zin) in de wetenschap niet een (in feite overbodig) ‘surplus’, maar juist de diepste basis van alle menselijke kennis. Dat is wat anders dan dat dit geloof altijd direct zichtbaar zou zijn, ook in het praktisch-dagelijks psychologisch onderzoek.
Christian psychologists often seem to be caught in the dilemma of either a modern-scientistic or positivist approach, or an obscurantist or biblicistic approach, or a traditional-scholastic approach (with, e.g., its dicho- or trichtomy). Such a dilemma can only be solved through a thorough reflection upon the presuppositions involved; this is, first, through a Christian-philosophical anthropology (for which a theological anthropology can be helpful). Secondly, through a Christian approach of the philosophy of science, in order to grasp in a Christian way the status of psychological and psychiatric theories and models. Within the sciences and humanities, faith (in its transcendent-religious sense) is, according to Christian philosophy, not a (strictly speaking superfluous) ‘surplus’, but the very basis of all human knowledge. That is something different from faith being directly visible also in practical-daily psychological research.
religie, antropologie, wetenschappelijke theorievorming, vooronderstellingen,
Titel: Geloof en wetenschap: een schets van hun verhouding met een toelichting aan de hand van discussies over vrijheid en angst (p. 34-53)
Auteur(s): Geertsema, H.G.
Dit artikel probeert inzicht te geven in de complexe verhouding tussen geloof en wetenschap. In de eerste plaats wijst het op de betekenis van filosofische concepties van de werkelijkheid voor de discussie tussen geloof en wetenschap. In de tweede plaats laat het zien dat er niet alleen interactie plaats vindt tussen geloof, filosofie en wetenschap, maar ook op de niveaus van geloof, filosofie en wetenschap zelf. In het conflict tussen naturalistisch materialisme en christelijk geloof staan daarom niet zozeer wetenschap en geloof tegenover elkaar als wel verschillende levensovertuigingen en daardoor bepaalde filosofische concepties. Deze stand van zaken wordt geïllustreerd aan de hand van discussies over vrijheid en verantwoordelijkheid enerzijds en angst anderzijds.
This paper aims at insight in the complexity of the relationship between religion or worldview and science. In the first place it points to the importance of philosophy for the discussions between religion or worldview and science. In the second place it argues that there is not only interaction between religion or worldview, philosophy, and science, but also on the levels of each of them themselves. Therefore, the conflict between naturalistic materialism and Christianity is not so much a conflict between religion and science but rather between different worldviews and different philosophical conceptions inspired by them. This state of affairs is illustrated with the help of discussions about freedom and responsibility and about fear.
geloof en wetenschap, christelijk geloof, naturalistisch materialisme,
Titel: Wetenschap en religie, psychologie en christendom: godsdienstwijsgerige kanttekeningen bij hun verhouding (p. 54-64)
Auteur(s): Sarot, M.
In dit artikel pleit ik voor een kritisch-hermeneutische benadering van de verhouding van wetenschap en religie in het algemeen, psychologie en christendom in het bijzonder. Deze kritisch-hermeneutische benadering probeert te onderscheiden tussen de ‘harde’ resultaten van de wetenschap enerzijds en de (methodologische) aannames en veronderstellingen van de wetenschap, de normatieve opvattingen van wetenschappers, en de wijze waarop de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek hierdoor worden beïnvloed anderzijds. In het geval van een schijnbare tegenspraak dient te worden onderzocht of het hier gaat om een echte tegenspraak, hoe ‘hard’ de wetenschappelijke positie is en hoe ‘hard’ de betreffende geloofsopvatting is. Doel van deze benadering is de wetenschapper haar geloof zodanig met haar wetenschappelijk werk in gesprek te brengen, dat zij niet in haar geloof A gelooft en in haar wetenschappelijk werk B beweert, terwijl beide strijdig zijn met elkaar. Vervolgens geef ik voor vijf benaderingen in de psychologie – de psychoanalytische benadering, het behaviorisme, de humanistische psychologie, de cognitieve psychologie en de neurowetenschappelijke benadering – een eerste aanduiding van hoe een dergelijk kritisch-hermeneutisch gesprek er uit zou kunnen zien en vooral ook waar de gesprekspunten zouden kunnen liggen.
In this article I argue for a critical-hermeneutic approach to the relationship between science and religion in general, psychology and Christianity in particular. This critical-hermeneutic approach attempts to distinguish between the ‘hard’ results of science on the one hand, and the (methodological) assumptions of science, the normative views of scientists, and the ways the results of scientific research are affected by these on the other. In the case of an apparent contradiction between science and religion, one should investigate whether the contradiction is real, how ‘hard’ the scientific position in question is and how ‘hard’ the relevant belief is. The aim of this approach is, that the scientist brings his or her faith in conversation with his or her scientific work in a way that he or she will not believe A as a believer and B as a scientist, while A and B contradict each other. After this, I sketch for five approaches in psychology – the psychoanalytic approach, behaviorism, humanistic psychology, cognitive psychology and the neuroscientific approach – what such a critical-hermeneutic conversation might look like, and especially what might be the disputed points.
religie, psychologie, christendom, psychotherapie, cognitieve psychologie, neurowetenschappen, science & religion, methodologisch naturalisme, behaviorisme, humanistische psychologie,