Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 24, 2013 - 4

Beschikbaar
Titel: Is goede hulpverlening ook inspirerend? Een verkennend onderzoek naar inspiratie door hulpverleners in de leerlingenzorg (pp. 225-234)
Auteur(s): Muynck, B. de, Baarda, P.,
Goede hulpverlening kent een technische dimensie, een relationele dimensie en een expressieve dimensie. In dit empirische onderzoek in de setting van hulpverlening op scholen door psychologen en orthopedagogen, wordt door middel van vragenlijsten en gesprekken nagegaan door welke dimensies inspirerende hulpverlening gekarakteriseerd wordt. In de ogen van de hulpverleners en van de hulpvragers blijkt allereerst de relationele dimensie en vervolgens de technische dimensie bepalend te zijn voor het al dan niet inspirerend handelen. Uit het kwalitatieve deel van het onderzoek valt af te leiden dat de relationele en de expressieve dimensie nauw met elkaar samenhangen. In de context van de hulpverlening op scholen is de expressieve dimensie van groot belang, omdat het succes van het handelen afhangt van het verstandig en goed getimed opereren in een keten van andere invloeden.
Is good counselling also inspiring? An exploratory study of inspiration by counsellors in studentcounselling -- Good counselling consists of a technical dimension, a relational dimension and an expressive dimension. In this empirical study, in the context of counselling at schools by psychologists and remedial educationalists, questionnaires and dialogues are used to verify by which dimensions inspirational counselling is characterized. In the eyes of the counsellors and of the counselled it is firstly the relational dimension which turns out to be determining for the course of action, whether inspirational or not, followed by the technical dimension. The qualitative part of the study shows that the relational and the expressive dimensions are closely connected. In the context of counselling at schools the expressive dimension is of great significance because the success of the undertaking depends on good judgment and good timing within a chain of other influences.
inspiratie, bezieling, leerlingenzorg, hulpverlening, onderwijs,
Titel: (In)congruente interpretatie van contingente levensgebeurtenissen in de GGZ (pp. 235-245)
Auteur(s): Straten, C. van, Scherer-Rath, M., Hoencamp, E.,
Betekenisgeving aan ingrijpende gebeurtenissen is afhankelijk van ultieme levensdoelen, die verankerd zijn in een levensovertuiging of funderende werkelijkheid van iedere persoon. Nieuwe betekenissen kunnen logisch (congruent) worden opgenomen in het levensverhaal. In dit artikel worden de resultaten van een kwalitatieve pilotstudie naar betekenisgeving aan ingrijpende gebeurtenissen door tien patiënten met schizofrenie of verslavingsproblematiek gegeven. Het gehanteerde interviewinstrument is een waardevol instrument gebleken om betekenisgeving en de bijhorende (in)congruentie in de betekenisgeving te verkennen en in beeld te brengen, ook in een klinische psychiatrische setting. Mensen met psychiatrische problematiek of verslavingsproblematiek lijken hetzelfde mechanisme van betekenis geven te hebben als andere mensen. Relatief weinig patiënten, vier van de tien, vertoonden volledige congruentie. In hoeverre dit een uiting is van onderliggende pathologie en/of bijdraagt aan een verminderd welzijn en zelfrealisatie kan op basis van dit onderzoek niet beantwoord worden.
(In)congruent interpretation of contingent life experiences in mental health care. -- Interpretation of far-reaching experiences correlates with ultimate life goals, embedded in a person’s conception of his or her life or fundamental reality. New interpretations should easily be integrated into the story of this life in a logical way. In this article the results are showed of a qualitative pilot study of the interpretation of far-reaching experiences of ten patients with schizophrenia or addictions. The used interview method has been found a valuable instrument to detect the interpretations and show the (in)congruency, even in a clinical psychiatric setting. People with psychiatric problems or addiction problems apparently seem to have the same mechanism of interpretation as other people. However, only four out of ten patients showed full congruency. Based on this pilot study it cannot yet be concluded if this result is due to the fundamental pathology or that the pathology only contribute to less consciousness.
betekenisgeving, contingentie, ingrijpende ervaringen, funderende werkelijkheid, ultieme levensdoelen, congruentie, GGZ,
Titel: Mindfulness: integreren of faciliteren binnen christelijke levensbeschouwing en psychologie? Bewust omgaan met mindfulness vraagt om herbezinning binnen gezondheidszorg en kerk (pp. 246-261)
Auteur(s): van Aalderen, J. van, Haas-de Vries, J.N. de, Luiten-van de Vliert, N.,
Het eerste deel van dit artikel bestaat uit de presentatie van de empirische studie Bewust omgaan met mindfulness, (Luiten, 2011). Deze studie had tot doel de visie op mindfulness te onderzoeken van christelijke (N = 70) en niet-christelijke therapeuten (N = 39), die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Hiervoor is gebruikgemaakt van een enquête op basis van expertinterviews. Uit de resultaten komt naar voren dat de visie tussen christelijke en niet-christelijke therapeuten op het gebruik van mindfulness verschillend is. Christelijke therapeuten beschouwen mindfulness eerder als het toepassen van een techniek dan het hanteren van een levenswijze. Dit in tegenstelling tot niet-christelijke therapeuten, van wie het merendeel aangeeft dat mindfulness effectiever is wanneer het als levenswijze wordt gehanteerd. In dit kader hebben christelijke therapeuten vragen over de toepassing van mindfulness, waarbij ze zoekend zijn hoe een mindfulnesstraining kan aansluiten bij hun levensvisie. Terwijl niet-christelijke therapeuten geen spanning lijken te ervaren tussen het beoefenen van mindfulness en hun levensvisie. Het model van Johnson wordt gebruikt om de ver- schillende visies van iedere doelgroep te exploreren en te beschrijven (Johnson, 2010; zie in dit verband tekstkader 2). Het tweede deel van het artikel bestaat uit een beschouwing over mindfulness vanuit een christelijk perspectief. Deze beschouwing is geënt op de resultaten van het onderzoek. In de beschouwing wordt gerea- geerd op het aanpassen van mindfulnesstrainingen voor christenen in de GGZ. De vraag die hierbij centraal staat: is een ‘christelijke mindfulnesstraining’ – gebaseerd op de bestaande mindfulnesstraining en aangeboden in de GGZ – de oplossing? Of is er behoefte aan een aandachtstraining, geworteld in de christelijke (meditatie)traditie?
Mindfulness: a need for integration or facilitation within a Christian view on life and psychology? -- In the first part of this article, results are presented of an empirical study aiming to investigate the views on mindfulness from the perspectives of both Christian therapists (N = 70) and non-Christian therapists (N = 39), working in mental health care institutions. A questionnaire, based on expert interviews, was used in this study. The results show important differences between Christian and non-Christian perspectives on the use of mindfulness. Mindfulness raises more questions within the Christian therapist group. These therapists indicate that they are willing to explore mindfulness training in line with their own vision. The Johnson model is used to describe the different perspectives regarding psychology and attitude in life. The second part of this article, mindfulness is considered from a Christian point of view. Is a Christian mindfulness training a solution – based on existing mindfulness-based therapies, offered within the context of mental health care? Or is there an alternative needed, one rooted in Christian (meditation) tradition?
mindfulness, meditatie, christelijke visies, levensvisie, therapie,
Titel: Tijd, geest, tijdgeest... (pp. 262-276)
Auteur(s): Herbst, M.
Wie pastorale zorg verleent en wie psychotherapie geeft, moet zijn tijd kennen, werkelijk tijdgenoot zijn voor degene voor wie hij beschikbaar is. Daarin zal hij de balans moeten weten te vinden tussen zich blind overgeven aan de tijdgeest enerzijds, tegenover zich in de voorhoede van een cultuurpessimistische beweging positioneren anderzijds. Hij zal juist opmerkzaam moeten zijn op die plotselinge momenten en mogelijkheden die God geeft, een ‘kairos’, om mensen deelgenoot te maken van de heilzame en zorgzame, maar ook uitdagende nabijheid van God. In deze bijdrage gaat het vooral om de actuele uit- dagingen voor de pastorale zorg in onze tijd. Daarbij komen zaken aan de orde als het nieuwe streven naar deugden, het bedenkelijke verlies van een consistente identiteit, het omgaan met de verhaasting in de mij gegeven tijd.
Time, spirit, spirit of times… -- Anyone who practices pastoral care or psychotherapy should be acquainted with his own era, in order to be a true contemporary to his client. It is crucial that he finds the right balance between submission to the spirit of the age and cultural pessimism. In addition, he should be percipient of each sudden moment or opportunity given by God – a ‘kairos’ – to testify to people of the wholesome, caring, but also challenging presence of God. In this article these themes are applied to the topical challenges to present-day pastoral care. Issues are addressed like the new pursuit of virtues, the loss of coherent/consistent identity, coping with the increasing pace of modern life.
pastorale zorg, psychotherapie, tijdgeest, kairos,
Titel: Unlike a rose. On relating spirituality to (mental) health (pp. 277-287)
Auteur(s): Walton, M.
Als de vraag gesteld wordt: ‘Dient spiritualiteit aan het biopsychosociaal model toegevoegd te worden?’, dan is binnen het kader van de vraag het antwoord: ‘ja.’ Het kader is echter problematisch. De problemen hebben betrekking op 1) de aard van de interrelatie en interactie van de verschillende dimensies, 2) de vraag of de gekozen termen in voldoende mate een beschrijving bieden van menselijke complexiteit in relatie tot ziekte en gezondheidszorg en 3) de vraag of ‘spiritualiteit’ een adequate term is voor de ‘ontbrekende’ dimensie. Voorstellen worden gedaan om andere aspecten te onderscheiden, om de sleuteltermen rondom betekenisgeving en levensbeschouwing te ordenen, en om de aandacht van onderzoek naar betekenisgeving en gezondheid te verschuiven van het zoeken naar correlaties naar de effecten van interventies. In ieder geval blijft een ethische imperatief om mensen in hun heelheid te behandelen, inclusief de interrelatie en mogelijke interactie van verschil- lende dimensies van menselijk leven.
Unlike a rose. On relating spirituality to (mental) health. -- If the question be ‘Should spirituality be added to the biopsychosocial model?’, then within the framework of the question the answer is, ‘Yes.’ However, the frame of reference is problematic. The problems have to do with (1) the nature of the interrelatedness and interaction of the various dimensions, (2) whether the terms provide a sufficient description of human complexity in relation to illness and health care, and (3) whether the term ‘spirituality’ is an adequate term for a ‘missing’ dimension. Proposals are made for distinguishing other aspects, for an ordering of key terms with regard to the search for meaning and life views and for shifting the attention of research on meaning systems and health from interest in correlations to the effect of interventions. There is in any case an ethical imperative to treat persons with respect to their wholeness, including the interrelatedness and possible interaction of various dimensions of human life.
biopsychosociaal model, spiritualiteit, zingeving, levensbeschouwing, ethiek, geestelijke gezondheid, existentie, dimensies, zorg,