Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 25, 2014 - 1

Beschikbaar
Titel: De omgang met God als thema in psychoanalytische psychotherapie (pp. 4-9)
Auteur(s): Hegger, A.
In dit artikel wordt de thematiek van een artikel uit het eerste nummer van Psyche & Geloof (Hegger, 1990) nog eens opgepakt. Eerst worden de achtergronden genoemd van waaruit het artikel toentertijd is ontstaan. Er worden nieuwe ontwikkelingen beschreven in de opvattingen over overdracht en tegen- overdracht en wat deze betekent voor de omgang met God als thema in psychotherapie.
The relationship with God as a theme in psychoanalytic psychotherapy 2.0 -- This article resumes the theme of an article in the first volume of Psyche & Geloof (Hegger, 1990). The theme was transference and countertransference and the relationship with God. The background of the article and new developments on the theme are discussed.
tegenoverdracht, religie, overdracht,
Titel: Moedig, scherpzinnig en betrokken. 25 jaar Arthur Hegger in Psyche & Geloof (pp. 16-22)
Auteur(s): Bolt, A.
Arthur Hegger was redacteur van het eerste uur van Psyche & Geloof. Nu, na vijfentwintig jaar, neemt hij afscheid van de redactie. In die vijfentwintig jaren heeft hij ook regelmatig in Psyche & Geloof gepubliceerd. Zijn eerste artikel verscheen in het eerste nummer in 1990. Terugkijkend op zijn bijdragen blijkt dat Hegger artikelen heeft geschreven over heel diverse onderwerpen. Soms schreef hij theoretisch en beschouwend, andere keren waren zijn artikelen praktijkgericht. Wat deze diverse artikelen echter gemeen hebben, is dat Hegger zich keer op keer een originele en onafhankelijke denker betoont en stelling neemt, ook als dat moed vereist. Daarnaast komt het thema ‘verbondenheid’ (met God en met andere mensen) veelvuldig, impliciet of expliciet aan de orde. Zijn artikelen getuigen van brede en diepgaande vakkennis, jarenlange therapeutische ervaring, professionaliteit en bovendien van warme interesse in en compassie met zijn medemensen.
Brave, perspicacious and involved: 25 years Arthur Hegger in Psyche & Geloof -- Arthur Hegger has been editor of Psyche & Geloof since the start of the journal. Now, after twenty five years, he says farewell. In this quarter of a century Hegger has published regularly in P&G. His first article appeared in 1990, in the very first issue of P&G. Looking back at his contributions to P&G, one of the striking things is the great diversity of subjects that Hegger has written on. Moreover, some of his articles were theoretical and contemplative, whereas others were highly practical. Nevertheless, all his articles have a number of features in common. In each of them, Hegger proves to be an orginal and independent thinker, who has the courage to take a stand. Furthermore, the theme of ‘connectedness’ (with God and with other people) is implicitely or explicitely addressed in (almost) all his articles. Hegger’s contributions to P&G testify to his broad and in-depth expertise, years of therapeutic experience, professionality and warm interest in and compassion for his fellow men.
Arthur Hegger, Psyche & Geloof,
Titel: Beyond professionalism – once more (pp. 23-30)
Auteur(s): Glas, G.
Dit artikel analyseert de professionele rol van de psychiater (of psycholoog of psychotherapeut). De kwaliteit van het professionele handelen wordt niet alleen bepaald door kennis en vaardigheden, maar ook door de manier waarop de professional deze rol hanteert. Hoe die rol wordt ingevuld en hoe meer in het bijzonder de therapeutische relatie wordt vormgegeven, is allereerst een zaak van praktisch klinisch en wetenschappelijk inzicht. Maar het is ook de resultante van wat de professional en de patiënt belangrijk vinden. In de wijze waarop de therapeutische relatie vorm krijgt weerspiegelt zich een breder palet van overwegingen en waarderingen dan alleen wetenschappelijke en instrumentele. Kierkegaards these van de ‘indirecte communicatie’ zal worden gebruikt om toe te lichten wat hier aan de orde is. Op basis van deze these kan worden gesteld dat in de wijze van rolvervulling altijd en per definitie iets mee-gecommuniceerd wordt over hoe de professional zich verhoudt tot de eigen wijze van rolvervulling. Dit ‘mee-communiceren’ is niet een ongewenst nevenverschijnsel, het is structureel, het is intrinsiek gegeven met het feit dat de professional mens is en zich daarom per definitie tot zichzelf verhoudt, en dat in allerlei opzichten. Dit zich-tot-zichzelf-verhouden in de professionele rol wordt geanalyseerd aan de hand van een conceptueel model van de professional- patiëntrelatie. In dit artikel worden twee stellingen verdedigd. De eerste stelling is dat in elke vorm van psychiatrisch professionalisme ook bij de professional zelf een existentieel element een rol speelt. De tweede stelling luidt dat naarmate de professional beter toegang heeft en omgaat met deze existentiële dimensie, hij of zij beter in staat is de existentiële dimensie in het ziekzijn van de patiënt te adresseren.
The article analyzes the existential aspect of the professional role of psychiatrists, psychologists, and psychotherapists. This is done in several steps. First, professional competence does not only consist of knowledge and skills, but also of the way the professional deals with his or her professional role. This is of course primarily a matter of clinical experience and practical (and scientific) insight. However, it also the result of what clinician and patient deem to be important and relevant in the context of the patient’s life. This suggests that in the way the therapeutic relationship unfolds, a broader range of considerations and values play a role than considerations and values that are purely scientific and/or evidence based. Secondly, in order to highlight the existential element Søren Kierkegaard’s thesis of ‘indirect communication’ will be used. This thesis suggest that in the way the professional performs his role, there is also always and by definition something communicated about how the professional relates to his or her role performance. This ‘indirect’ communication is not an undesirable by-product of the communication, it is structural and intrinsic and should therefore be part of everyday supervision practices. Thirdly, since the professional relates to himself, always, everywhere, and by definition, this self-relatedness should be explored. In order to do so, a conceptual framework of the patient–professional relationship will be developed. On the basis of this framework two statements are defended. First, it is stated that in psychiatric professionalism there is, often beneath the surface, always an existential element that exerts influence on how the physician relates to his or her role. Secondly, it is suggested that to extent that the professional is able to deal with the existential element in his own role fulfilling, he or she is better able to address the existential dimension in the story of the patient.
professie, existentieel, professionele verhouding, norm, ik-zelfverhouding,
Titel: ‘Mag ik niet eens mijzelf behouden?’ Karl Jaspers en de paradox van Søren Kierkegaard in ‘zich verhouden tot’ (pp. 31-43)
Auteur(s): Verhagen, P.
Het is bekend dat Karl Jaspers grote betekenis toedichtte aan Søren Kierkegaard en zijn rol in de nakantiaanse, westerse filosofie. In dit essay is een citaat uit de dagboeken van Kierkegaard in Jas- pers’ Allgemeine Psychopathologie (AP) het vertrekpunt. We willen weten wat Jaspers met de paradoxale woorden van Kierkegaard beoogt. Jaspers citeert Kierkegaard in zijn hoofdstuk over de houding van de patiënt tegenover diens ziekte. We volgen twee lijnen. In de eerste plaats beschrijven we Jaspers’ gedachten over Kierkegaard, over zijn rol in het westerse denken, over zijn ziekte en zijn houding tegenover zijn ziekte. In de tweede plaats beschrijven we de ontwikkeling van Jaspers’ tekst. De negen edities van Jaspers’ AP zijn als negen symfonieën. Men herkent in het vroege werk de hand van de meester, maar vanaf de vierde is het een echte ‘Jaspers’. We vervolgen met een korte reflectie op de actuele betekenis van Jaspers’ hoofdstuk voor de huidige psychiatrische praktijk. Jaspers gaf de zinvraag een plek in het psychiatrisch onderzoek, al waarschuwt hij de psychopatholoog zich te onthouden van antwoorden. Wat dat betreft volgt hij Kierkegaard, die bij herhaling verklaarde niets van zijn artsen te verwachten. We sluiten af met een samenvattende beschouwing en concluderen dat Kierkegaard anders dan Jaspers zichzelf niet mocht behouden; dat stoorde hem.
‘May I not even preserve myself? Karl Jaspers and the paradox of Søren Kierkegaard in ‘relating oneself toward one’s illness’ -- It is a well-known fact that Karl Jaspers attributed a very significant role to Søren Kierkegaard in Western, post-Kantian philosophy. In this essay we depart from a quotation from Kierkegaard’s diaries in Jaspers’ General Psychopathology (GP) and want to find out what Jaspers tries to express with the paradoxical words from Kierkegaard. The quotation can be read at the end of Jaspers’ chapter on the patient’s attitude toward his illness. We follow two lines. In the first place we describe Jaspers’ thoughts on Kierkegaard, on his role in Western thinking, on his illness and his attitude toward his illness. Secondly, we describe the development and the content of Jaspers’ chapter. The nine editions of Jaspers’ GP are like nine symphonies. One recognizes the master in his early work, the first three editions, but from the fourth on it has really become a ‘Jaspers’. Then we will continue with a brief reflection on the actual meaning of Jaspers’ chapter in current clinical psychiatric practice. Jaspers made the quest for meaning an issue in psychiatric assessment, although he warned the psychopathologist to refrain from answers. In that sense he followed Kierkegaard who repeatedly declared to expect nothing from his physicians within this respect. Finally we summarize our findings and conclude that Kierkegaard unlike Jaspers was not allowed to preserve himself, which in fact disturbed him.
zonde, Jaspers, Kierkegaard, Allgemeine Psychopathologie, houding tegenover ziekte, ziektebesef, ziekte-inzicht, zin,
Titel: De dienstbare CVPPP: hulp bij mentaliseren in evangelische gemeenten (pp. 44-52)
Auteur(s): Filius, R.
Ter gelegenheid van Arthur Heggers aftreden, na vijfentwintig jaar, als redactielid van Psyche & Geloof, reflecteert de auteur op wat er van het ideaal van de CVPPP om dienstbaar te zijn terecht is gekomen. Dit leidt tot een pleidooi voor meer bijdragen in dit blad waar kerken en gemeenten mee gediend zijn. Er wordt een voorzet gegeven naar aanleiding van resultaten uit een enquête onder mensen die een evangelische gemeenten hebben verlaten (De Bruijne, Pit & Timmerman, 2009). In de beschrijvingen van de redenen waarom men de gemeente verliet, zijn twee vormen van niet-mentaliseren te herkennen. Na een uitleg over het concept mentaliseren, wordt nagedacht over hoe het vermogen tot mentaliseren in evangelische gemeentes bevorderd zou kunnen worden.
The serviceful CVPPP: help with mentalizing in evangelical congregations -- At the occasion of Arthur Hegger’s resignation after twenty five years as member of the editorial board of Psyche & Geloof the author reviews what has become of the ideal of the founders of the CVPPP to be of service to the church community. This results in a plea for more contributions that aim to serve churches in the journal. Using the results of an inquiry among people who left evangelical churches (De Bruijne, Pit & Timmerman, 2009), a draft of such a contribution is presented. In the description of the reasons why people left evangelical churches two non-mentalizing modes can be recognised. After a description of the concept of mentalizing a reflection follows how the mentalizing capacity could be enhanced in evangelical churches.
toegepaste psychologie, Evangelisch, kerkverlating, Mentaliseren,
Titel: Psychosociale mantelzorg en de christelijke gemeente: een update (pp. 53-61)
Auteur(s): Jong, E. de
De geestelijke gezondheidszorg wordt ingrijpend gereorganiseerd. Deze ontwikkeling loopt parallel met een veranderende visie op de samenleving waarin participatie een kernbegrip is: de participatie- samenleving. In deze ontwikkeling past ook de opkomst van de psychosociale mantelzorg (PMZ), een methode waarin de hulpverlener en leden van het sociale netwerk van een patiënt samenwerken. In dit artikel wordt een drietal plaatsbepalingen voorgesteld ten aanzien van het begrip sociale steun en PMZ. Allereerst wordt het begrip sociale steun verbonden met het onderzoeksprogramma van de social neuroscience. Vervolgens wordt onderzocht hoe het begrip mantelzorg in de hulpverlenings- praktijk gepositioneerd kan worden. Als laatste wordt een theologische verantwoording gegeven de mantelzorg primair binnen de christelijke gemeente te situeren.
‘Pychosocial Mantle-care’ and the Christian church: an update -- The mental health care is substantially reorganized. This development parallels a changing vision of the society in which participation is a key concept, the participation society. In this development also fits the emergence of ‘psychosocial mantle-care’, a method in which the professional and members of the social network of a patient work together. This article proposes three orientations on the concept of social support and ‘psychosocial mantle-care’. First of all, the concept of social support is described in connection to the research program of the social neuroscience. Then it is examined how the concept of ‘psychosocial mantle-care’ can be positioned in psychiatric practice. Finally, a theological justification is given to situate ‘psychosocial mantle-care’ primarily within the Christian Church.
psychosociale mantelzorg, sociale steun, christelijke gemeenschap, sociaal netwerk, gezondheidszorg,
Titel: Godsdienstpsychologie als praktijkwetenschap? Appel aan alle Arthur Heggers (pp. 62-68)
Auteur(s): Belzen, J.A. van
Bij gelegenheid van het afscheid van een der langst dienende redacteurs van het tijdschrift Psyche & Geloof formuleert de auteur in een essayistische stijl een aantal theoretische vragen over de aard van de godsdienstpsychologie. Bij alle waardering voor de recente toename van godsdienstpsychologische activiteit, meent hij dat ernstig gevaar van allerlei eenzijdigheden bestaat. Hij suggereert dat juist praktijkwetenschappelijke publicaties zouden kunnen bijdragen tot een godsdienstpsychologie die werkelijk over godsdienst handelt terwijl zij werkelijk psychologisch is.
Psychology of religion as practical science? -- In an essayistic style, prompted by one of the founding editors of the present journal quitting service, this article offers some reflections on the nature of the psychology of religion. Acknowledging the recent increase in activity and production, the author nevertheless notices the danger of several biases that might result in too narrow conceptions of the psychology of religion and in this subdiscipline losing its very object. He suggests that practically based contributions to the literature might help to rebalance.
godsdienstpsychologie, Arthur Hegger, grondslagen, wetenschapstheorie, praktijkwetenschap, aanbevelingen,