Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 25, 2014 - 2

Beschikbaar
Titel: Een gevecht met engelen: een kritische kijk op het verband tussen religie en geestelijke gezondheid (p. 88-96)
Auteur(s): Dezutter, J.
Recent zien we een toenemende wetenschappelijke interesse voor hoe religie en geestelijke gezondheid met elkaar verband houden. Opvallend veel studies zijn echter van Amerikaanse oorsprong. Gezien de verschillen tussen het religieuze landschap in de V.S. en dat in West-Europa, is het moeilijk om deze Amerikaanse resultaten te generaliseren. Daarnaast zien we dat de samenleving in West-Europa zich steeds verder ontwikkelt tot een pluralistische maatschappij, waardoor het klassieke continuüm, gaande van praktiserend christen over niet-praktiserend christen naar agnost en tenslotte atheïst, vaak niet langer bruikbaar is. Deze veranderde socio-culturele context vraagt een nieuw theoretisch kader om het verband tussen religie/zingeving en geestelijke gezondheid te bekijken. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van Amerikaans onderzoek dat de band tussen religieen geestelijke gezondheid bestudeert. Dit wordt aangevuld met Vlaams en Nederlands onderzoek dat probeert de Amerikaanse conclusies te nuanceren. Ten slotte gaat deze bijdrage dieper in op de vraag hoe het verband tussen religie/zingeving en geestelijke gezondheid bekeken kan worden in de huidige pluralistische maatschappij en welke nieuwe denkkaders hiervoor van belang kunnen zijn.
Wrestling with angels: a critical view on the correlation between religion and mental health -- We recently notice a growing scientific interest in how religion and mental health are related to each other. Available studies, however, are predominantly US-based. Given the differences in religious landscapes between Western Europe and the US, generalization of the US findings is difficult. Furthermore, Western Europe seems to evolve to a pluralistic society, where the traditional continuum of churchgoing Christians, to not-churchgoing Christians, agnostics and finally, atheists, is no longer adequate. Our changing socio-cultural context demands a new theoretical framework to study the relationship between religion and mental health. This paper gives an overview of the available American literature on religion and mental health/psychiatry and complements this overview with Flemish and Dutch findings that nuances the US results. Finally, the paper focuses on an interesting novel theoretical framework to study the relationship between religion and mental health within our current pluralistic society.
religie, geestelijke gezondheid, psychiatrie, zingevingssysteem,
Titel: Het religieuze brein (pp. 97-106)
Auteur(s): Elk, M. van
Recent neurowetenschappelijk onderzoek heeft nieuwe kennis opgeleverd over de neurale basis van religie en spiritualiteit. Bij religieuze en spirituele ervaringen worden verschillende hersengebieden actief die elk een specifieke functie hebben. Religieuze visioenen en hallucinaties zijn te begrijpen vanuit een verstoorde activiteit in hogere orde visuele gebieden in de temporale cortex, wat resulteert in het zien van bekende personen en entiteiten. Bidden en nadenken over God doet een beroep op hersengebieden die betrokken zijn bij het mentaliseren en die ook gebruikt worden om na te denken over wat andere personen van plan zijn. Spirituele eenheidservaringen zijn te verklaren als een gevolg van veranderde activiteit in de superieure pariëtale cortex en de temporaal-pariëtale junctie – hersengebieden die een belangrijke rol spelen bij het tot stand komen van het beeld van ons lichaam. Op deze manier wordt inzichtelijk hoe verschillende hersengebieden betrokken zijn bij verschillende aspecten van religie en religieuze ervaringen. Neurowetenschappelijk onderzoek naar religie dwingt ons echter niet vanzelfsprekend om een reductionistisch standpunt in te nemen, waarbij religie wordt gereduceerd tot louter hersenactiviteit. Neurowetenschappelijke bevindingen kunnen compatibel zijn met zowel een theïstisch als een atheïstisch wereldbeeld, afhankelijk van de vooronderstellingen van de onderzoeker.
The religious brain -- Recent neuroscientific studies have provided important insight in the neural basis of spirituality and religion. Religious visions and hallucinations are likely associated with altered activity in higher order visual areas in the temporal lobe, resulting in the seeing of well-known persons and entities. Praying and thinking about God relies to a strong extent on the theory-of-mind network that is also involved in thinking about the intentions of other persons. Spiritual and mystical experiences have been associated with altered activation of the superior parietal lobe and the temporo-parietal junction – brain areas that are involved in the representation of our body. Together these findings highlight how different brain areas with specific functions are involved in different aspects of spiritual and religious experiences. However, neuroscientific data does not necessarily entail a reductionist interpretation in which religion is reduced to mere brain activation. Neuroscienitific findings may be compatible with both a theist and an atheist worldview, depending on the prior assumptions of the researchers.
neurowetenschap, religie, spiritualiteit, brein,
Titel: Godsrepresentaties 2.0: (neuro)psychologische mechanismen (pp. 107-116)
Auteur(s): Schaap-Jonker, H.
In dit artikel wordt allereerst een relationele benadering van godsrepresentaties geschetst. Vervolgens komt mentaliseren aan de orde als psychologisch mechanisme dat van belang is voor de vorming van mentale representaties en affectregulatie. In de derde plaats worden implicaties voor godsre- presentaties beschreven, waarna een aantal neuropsychologische studies naar godsrepresentaties gepresenteerd wordt waarin mentaliseren een belangrijke rol blijkt te spelen. Geconcludeerd wordt ten slotte dat er een tweede generatie studies lijkt te komen waarin godsrepresentaties niet alleen in verband worden gebracht met andere psychologische variabelen, maar waarin juist ook gezocht wordt naar mediërende mechanismen die de aard en het functioneren van godsrepresentaties binnen het psychische en religieuze leven inzichtelijk maken.
God representations 2.0: (neuro)psychological mechanisms -- In this article, God representations are approached from a relational perspective and are related to mentalizing as a psychological mechanism that is important for the formation of mental representations and affect regulation. Neuropsychological studies on God representations in which mentalizing plays an important part are discussed. Results suggest a new phase in the study of God representations. These ‘second generation’ studies do not only relate God representations with other psychological variables, but also investigate mediating mechanisms which provide insight into the nature and functioning of God representations within the psychic and religious life.
Mentaliseren, godsrepresentaties, godsbeelden, neuropsychologie, theory of mind,
Titel: Religie en depressie: de waarde van empirisch pionieren (pp. 117-126)
Auteur(s): Braam, A.W.
De relatie tussen religie en depressie laat zich goed benaderen vanuit godsdienstpsychologische inzichten en praktijkbenaderingen uit de geestelijke verzorging. Inzichten die zo ontstaan, lenen zich als hypotheses voor kwantitatief empirisch onderzoek. Er bestaat een respectabele onderzoekstraditie op het gebied van religie en depressie. In de huidige bijdrage wordt nagegaan op welke punten de kennis het duidelijkst cumuleert. Omdat longitudinale modelvorming wenselijk is voor verder onder- zoek, komt een studie over bidden aan bod die het beloop over de tijd feitelijk ideaal illustreert. De kanttekeningen die bij dergelijk onderzoek te plaatsen zijn, bieden een inkijkje in de complexiteit van de conceptualisering en van de empirische aanpak. Ook kan men zich afvragen of levensbeschouwing wel altijd als determinant van depressie (helpend of ondermijnend) moet worden opgevat – of ook op zichzelf zou moeten blijven staan. De besproken inzichten krijgen uiteindelijk een beoordeling aan de hand van een ‘checklist’ over empirisch onderzoek.
Religion and depression: the value of emperical pioneering -- For a better understanding of the relationship between religion and depression several insights are available from the discipline of the psychology of religion, as well as from counseling experiences of spiritual / pastoral chaplains. These insights may serve as hypotheses for empirical, quantitative research. The body of research with respect to religion and depression can be qualified as substantial. The current contribution discusses some of the major findings, as have evolved from cumulating evidence. As longitudinal studies are required to obtain further insight in the process of religion and adaptation, some prospective studies on prayer and depression are discussed. These studies include several complex issues, regarding the multidimensional conceptualization of religiousness and the statistical procedure. Another point of consideration pertains to the question whether religiousness should always be conceived as a (protective or undermining) risk factor of depression. Positive aspects of religiousness may persist in difficult times for depressive patients, and may be regarded as a goal in itself. Finally, a ‘checklist’ with tentative merits of empirical, quantitative research on religion and depression offers new points of attention, pertaining to the methodological quality, scientific status and clinical relevance.
religie, levensbeschouwing, depressie, epidemiologie, godsdienstpsychologie, depressieve symptomen,
Titel: Anomalous experiences and schizotypy: a necessary distinction between pathological and non-pathological psychotic experiences (pp. 127-134)
Auteur(s): Oliveira Alminhana, L., Moreira-Almeida, A.,
Al is de prevalentie van psychotische ervaringen in de algemene bevolking hoog, het meeste onderzoek is gebaseerd op klinische populaties. In dit artikel wordt literatuur samengebracht over abnormale ervaringen in niet-klinische onderzoeksgroepen, om op basis daarvan aanwijzingen te formuleren voor nieuw onderzoek en voor klinische benaderingen voor het opstellen van diagnostische criteria voor psychische stoornissen. Onderzocht wordt de relatie tussen abnormale ervaringen (AE) en religieuze en spirituele ervaringen (R/S). Aan de hand van negen criteria wordt gedifferentieerd tus- sen pathologische en niet-pathologische AE en tussen varianten van schizotypie en R/S. De auteurs benadrukken dat abnormale ervaringen niet noodzakelijkerwijze pathologisch hoeven te zijn, en beter begrepen kunnen worden met het begrip schizotypie, met name benigne schizotypie.
Anomalous experiences and schizotypy: a necessary distinction between pathological and non-pathological psychotic experiences -- Although psychotic experiences are highly prevalent in the general population, most of the available studies are based on samples from clinical or institutionalized populations. This article synthesizes previous literature about anomalous experiences in non-clinical samples to suggest some guidelines for future studies and potential clinical approaches for diagnostic criteria of mental disorders. We explore the relationship between anomalous experiences (AE) and religious/spiritual experiences (R/S); nine criteria are used to differentiate between pathological and non-pathological AEs and studies regarding schizotypy constructs and R/S experiences. The authors address the necessity to recognize that AEs are not necessarily pathological and could be better understood using schizotypy constructs, especially that of benign schizotypy.
abnormale ervaringen, psychotische ervaringen, schizotypie, religieuze/spirituele ervaringen,
Titel: Etwas Letztes: de theologische betekenis van de waan (pp. 135-141)
Auteur(s): Arends, C.
De drie bekende criteria voor een waan – subjectieve zekerheid, niet-corrigeerbaarheid en onmogelijke inhoud, zoals genoemd door Karl Jaspers in zijn Allgemeine Psychopathologie van 1913 – worden gesitueerd in het historische kader van de fenomenologie en de situatie in Duitsland direct voor de Eerste Wereldoorlog in 1913. Ruim honderd jaar later zijn drie onderliggende thema’s van belang: de culturele diversiteit gekenmerkt door hybriditeit; rationaliteit welke opgedolven moet worden uit praktijken en contexten; het zoeken naar een metafysisch fundament tegen het moderne levensgevoel van leegte en wanhoop. Voorgesteld wordt de negatieve theologie aan te wenden als basis voor een gemeenschappelijk verstaan van de inhouden van de waan.
Etwas Letztes: the theological meaning of delusion -- The three well known criteria for a delusion – certainty, incorrigibibility, impossibility or falsity of content – as formulated by Karl Jaspers in his Allgemeine Psychopathologie of 1913 are placed within the philosophical framework of phenomenology and the immediate pre-war situation in Germany. More than a hundred years later three themes are at stake: cultural diversity marked as hybridity, rationality that has to be retrieved from practices and contexts and the search for a metaphysics against the modern feeling of emptiness and despair. The old tradition of negative theology is proposed as a common ground for an understanding of the content of delusions.
waan, Jaspers, hybriditeit, tranversal rationality, metafysische leegte, negatieve theologie,
Titel: Betekenis geven – een essentiële menselijke functie: de spirituele zelfbeleving van psychiatrische patiënten (pp. 142-147)
Auteur(s): Smeets, W., Berger, U., Eerden, H. van, Goch, W. van,
Sluit geestelijke verzorging aan bij maatschappelijke veranderingen op het gebied van zingeving en spiri- tualiteit en heeft de zorg als geheel daar aandacht voor? Dat hebben we onderzocht onder psychiatrische patiënten in Emergis, centrum voor geestelijke gezondheidszorg te Goes. Patiënten zijn vooral bezig met positieve aspecten van zingeving en spiritualiteit. Hoewel de respondenten overwegend een christelijke achtergrond hebben, blijkt kerkbezoek niet vaker voor te komen dan alternatieve uitdrukkingsvormen van spiritualiteit en zou geestelijke verzorging zich dus op nieuwe activiteiten kunnen toeleggen. Op basis van het onderzoek wordt een bredere aandacht voor zingeving en spiritualiteit door geestelijke verzorging voorgesteld en ook een herformulering van traditionele anamnese en spirituele screening. Daarnaast is ons voorstel dat er in de psychiatrie meer en bewuster gewerkt wordt met spirituele coping.
Meaningmaking – an essential human function: the spiritual self-perception of psychiatric patients -- Is spiritual care adapted to social changes in terms of meaning and spirituality? Is there enough attention for meaning in health care? This we examined among psychiatric patients in the Emergis center for mental health care in Goes. Patients are mainly engaged in positive aspects of meaning and spirituality. Although the respondents have a predominantly Christian background, the results show that church attendance is not preferred more than alternative expressions of spirituality – spiritual care could develop new activities. Based on research, we propose a broader view on meaning and spirituality for spiritual care, and a reformulation of traditional intake and spiritual screening. We suggest more emphasis on the contribution of spiritual coping in treatment than on a theoretical distinction of meaning and spirituality and on the detection of spiritual distress.
zingeving, spirituele beleving, spirituele activiteiten, spirituele screening,