Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 26, 2015 - 4

Beschikbaar
Titel: Het LISA-model: Gestructureerde gesprekken over ervaringen van contingentie en ultieme levensdoelen
Auteur(s): Kruizinga, R.
De narratieve identiteitstheorie gaat er vanuit dat de eigen identiteit wordt gevormd met behulp van verhalen. Wanneer het iemand niet goed lukt om een bepaalde gebeurtenis te plaatsen in het eigen levensverhaal dan spreken we van een ervaring van contingentie. Contingentie betreft de ervaring dat een gebeurtenis ook niet of anders had kunnen gebeuren, ze is noch een onmogelijkheid, noch een noodzakelijkheid. Deze ervaring kan nog versterkt worden wanneer het afbreuk doet aan iemands persoonlijke levensdoelen. Zo kan een gebeurtenis, bijvoorbeeld een ernstige ziekte, waardoor iemand afhankelijk wordt van anderen, moeilijker te plaatsen zijn voor iemand die streeft naar onafhankelijkheid. In de interviewmethode waarmee binnen de LISA-studie gewerkt wordt, staan twee onderwerpen centraal: ervaringen van contingentie en ultieme levensdoelen. Via een semigestructureerd interview wordt er ingegaan op specifieke levensgebeurtenissen en de interpretatie hiervan. Door middel van twee gestructureerde gesprekken krijgt de geïnterviewde inzicht in het eigen leven. Daarnaast geven deze gesprekken ook inzichten voor het domein van de religiewetenschap door persoonlijke belevingen en interpretaties van gebeurtenissen te kunnen plaatsen in een groter geheel.
Experiences of contingency and ultimate life goals are the two central topics of our method. Using a semi-structured interview guide, specific life events and the interpretations of those life events are examined. This method is based on the Narrative Identity Theory, according which personal identities are created by using stories. If a person fails to give a certain event a meaningful place in his own life we call it an experience of contingency. Contingency implies neither an impossibility nor a necessity; the experience that an event could as well not have happened, or could have happened otherwise. This experience can be reinforced when it affects one’s personal life goals. An event such as a serious illness, by which a person becomes dependent on others, might be more difficult to handle for someone striving for complete independency. We hope that by using the semi-structured approach, interviewees will gain more insight in their own life. In addition, these conversations will add insights to the field of religious studies by placing the personal perceptions and interpretations of life events in a bigger picture.
ultieme levensdoelen, spiritualiteit, kanker, kwaliteit van leven, ervaringen van contingentie,
Titel: Een leven schrijft zich niet vanzelf. De training Spirituele Autobiografie in een beroepsvoorbereidend programma tot geestelijk verzorger
Auteur(s): Smeets, W., Delver, J.,
‘Methodisch schrijven van de spirituele autobiografie’, een in het VUmc ontwikkelde methode voor geestelijke verzorging aan patiënten op de polikliniek, is in een pilot ook als training aangeboden aan een groep studenten van het masterprogramma geestelijke verzorging van de Universiteit Utrecht. Als training lijkt de methode zich te lenen voor de exploratie van ‘flexibele spiritualiteit’. Het didactisch kader omvat de ontdekking van de eigen levensvisie, die vervolgens filosofisch, theologisch, c.q. religiewetenschappelijk verbreed en gerelateerd wordt aan de toepassing in de geestelijke verzorging. De training draagt bij aan de ontwikkeling van de spirituele competentie binnen een opleiding tot geestelijk verzorger. Ze bereidt op die manier voor op de toetsing van niet-institutioneel gebonden geestelijke verzorging.
A life doesn’t write itself. The training Spiritual Autobiography in a vocational preparation program for pastoral workers -- ‘Methodically writing the spiritual autobiography’, a method developed at the VU University Medical Centre for spiritual care to patients at the outpatient clinic, has been applied in a pilot to a student group of the Master’s degree program Spiritual Care of Utrecht University. The method appears to be suitable for the exploration of ‘flexible spirituality and multiple belonging’. The didactic framework includes the discovery of one’s own worldview, which is combined with a philosophical, theological, or religious studies perspective and is then related to the application in spiritual care. The significance of this training is described from the perspective of a participant experience. The training contributes to the development of spiritual skills within a general training for spiritual care. Combined with an assessment, it prepares students for a test of their non-institutionally bound spiritual care.
geestelijke verzorging, spirituele autobiografie, flexibele spiritualiteit, personale competentie, spirituele competentie, beoordeling en toetsing,
Titel: Geloven in jezelf
Auteur(s): Avest, I. ter
In een pilot onderzoek naar stimulerende en belemmerende factoren in studieloopbaansucces, hebben wij hbo-studenten in verschillende focusgroep interviews verhalen over zich zelf laten vertellen; van één fragment van een verhaal doen wij in deze bijdrage verslag. Wij presenteren het theoretisch kader van de Dialogical Self Theory (DST), en de Zelf Konfrontatie Methode (ZKM) als instrument om mensen bewust te laten worden van de vele ik-ken die samen het Zelf maken. Vervolgens introduceren wij de werkvorm ‘de lege stoel’ met als doel te verkennen of en hoe deze werkvorm een plaats kan krijgen in Studie Loopbaan Begeleiding (SLB). Al doende (letterlijk en figuurlijk!) komt de betreffende student tot een nieuwe ik-positie, waarmee de aanvankelijk belastende situatie uitgehouden kan worden. Wij concluderen op grond van onze pilot dat deze werkvorm een goede manier van reflecteren binnen de SLB kan zijn om de ontwikkeling tot diversiteitssensitieve en normatieve professionals te stimuleren.
Trust your self -- In a pilot research project we explored in focus group interviews with students the stimulating and hindering factors in their career development. We present the framework of the Dialogical Self Theory (DST) and the Self Confrontation Method (SCM) as an instrument to make people aware of the many I’s that together create a balanced and flexible Self. We explored in what way and to what extend the method of ‘the empty chair’, complementing the SCM, might become part of Career Development. One example shows the movement (literally and metaphorically) to a position of being trustworthy to yourself and at the same time being respectful to the voice of your traditional and religious family. ‘The empty chair’ appears to be a promising instrument for in-depth reflection during Career Development sessions, stimulating the development of diversity sensitive and normative professionals.
normatieve professionaliteit, diversiteit, zelf ontwikkeling, meerstemmig en dialogisch zelf, multiculturele samenleving,
Titel: Supervisie en spirituele ontwikkeling. Situering van een cursus ‘levensbeschouwelijke biografie’
Auteur(s): Smeets, W.
Waarom zou men in een masterprogramma geestelijke verzorging - of een andere opleiding met aandacht voor spiritualiteit - een aparte cursus ‘levensbeschouwelijke biografie’ opnemen naast de reguliere supervisie? Dit artikel gaat in op de eigenheid van dit opleidingsonderdeel in relatie tot supervisie op twee manieren. Ten eerste worden de begrippen supervisie, pastorale supervisie en religieuze ontwikkeling geanalyseerd. Ten tweede wordt een historische schets gegeven van de aandacht voor religieuze biografie van professionals in trainingen en cursussen. Op die manier wordt verantwoord dat de ontwikkeling van de spirituele competentie van geestelijk verzorgers en andere spirituele professionals in supervisie en in een biografie-cursus telkens vanuit een eigen invalshoek vorm krijgt. Een aparte cursus draagt bij tot de spirituele competentie van de cursisten.
Supervision and spiritual development. The setting of a course ‘philosophical biography’ -- Why did the Master’s degree program Spiritual Care at Utrecht University include a separate course ‘worldview biography’ in addition to regular supervision? This article discusses the uniqueness of this course in relation to supervision in two ways. First, the concepts of supervision, pastoral supervision and religious development are analyzed. Second, we provide an historical outline of the attention to religious biography of professionals in training courses. We thus demonstrate that the development of the spiritual competence of chaplains in supervision and in a biography course are complementary.
supervisie, spirituele competentie, pastorale supervisie, religieuze ontwikkeling, spirituele ontwikkeling, religieuze biografie, levensbeschouwelijke biografie,
Titel: De eigen stem hoort men anders. Waarom de persoon van de geestelijk verzorger geen instrument is
Auteur(s): Walton, M.
Helderheid over de eigen levensbeschouwelijke identiteit (zielsleven) is onontbeerlijk voor geestelijke verzorgers en andere zorgverleners die aandacht aan levensbeschouwelijke aspecten besteden. Als gevolg van hedendaagse verschuivingen in de omgang met spiritualiteit en levensbeschouwing (bricolage; pragmatisme; enz.) wordt het beschrijven van de eigen levensbeschouwelijke biografie functioneler maar ook complexer. De levensbeschouwelijke socialisatie is diffuser, de culturele veronderstellingen gedifferentieerder en de narratieve kaders minder vanzelfsprekend. Ter aanvulling van gebruikelijke benaderingen van de levensbeschouwelijke (auto)biografie wordt nadruk gelegd op het buitenperspectief op de levensbeschouwelijke biografie. Tegenover gebruikelijke voorstellingen van de persoon van de geestelijk verzorger als zelf instrument in begeleiding van cliënten wordt een pleidooi gehouden voor meer reflectieve distantie. De zelfreflectie van de geestelijk verzorger dient er niet toe om zelf instrument te zijn maar om de instrumenten van het vak zuiverder en muzikaler te kunnen bespelen.
One hears one’s own voice differently. Why the person of the chaplain is not an instrument -- Clarity with regard to one’s own religious or worldview identity (the life of the soul) is indispensable for chaplains and other caregivers who deal with worldview aspects. As a result of contemporary shifts in the way people experience spirituality and worldviews (bricolage, pragmatism, et cetera), unfolding one’s religious or worldview autobiography becomes more a functional and more complex exercise. Worldview socialization has become a more diffuse process; the cultural assumptions are more differentiated, and the narrative frameworks are less apparent. As a complement to common approaches to worldview (auto)biographies, emphasis is placed on the perspective of significant others on one’s biography. With a view to assumptions that the person of the chaplain is itself an instrument in the interaction with clients, a plea is made for more reflective distance. The self-reflection of a chaplain does not serve the purpose of he/she becoming an instrument, but of enabling him/her to play the instruments of the discipline with more lucidity and musicality.
levensbeschouwelijke biografie, professionele identiteit, narratieve benadering,