Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 28, 2017 - 2

Beschikbaar
Titel: Existentiële overwegingen: de vergeten integratief subjectieve dimensie en haar betekenis voor de gezondheidszorg
Auteur(s): Kling, H., Os, J. van,
Dit artikel beschrijft de existentiële dimensie van het menszijn en de betekenis hiervan voor gezondheid en de gezondheidszorg in het algemeen en voor de ‘Nieuwe GGZ’ in het bijzonder. De insteek is fenomenologisch reflectief. We beginnen met een korte reflectie op het in de gezondheidszorg veronderstelde gedifferentieerde mensbeeld en het onderzoek van M. Huber naar positieve gezondheid. Uitgaande van het bio – psychosociaal – spirituele mensbeeld en het fenomenologische onderzoek van E. Weiher naar impliciete spiritualiteit beschrijven wij aan de hand van een drietal voorbeelden de existentiële dimensie schematisch. Deze beschrijving toont hoe de existentiële dimensie een integrerende en stabiliserende functie voor mensen heeft in omgang met negatieve ervaringen van contingentie in het algemeen en ziekte in het bijzonder. Door toepassing van het door M. Scherer-Rath ontwikkelde ADCL schema op de voorbeelden worden de verschillende mogelijkheden van betekenisgeving geëxpliciteerd. Het artikel toont aan de hand van de voorbeelden het belang van een bewuste individuele integratie voor een gezonde omgang met ziekte. Begeleiding van patiënten hierbij en onderzoek naar de meest adequate methoden lijkt ons van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de huidige gezondheidszorg.
The existential dimension of human existence and its significance for health and healthcare -- This article describes the existential dimension of human existence and its significance for health and health care – in general and the movement towards mental health reform in particular. The approach is phenomenological - reflective. We begin with a brief description of the supposedly differentiated view on human suffering in health care and an examination of M. Huber’s concept of positive health. Based on the bio – psychosocial – spiritual model of human development and the phenomenological study of E. Weiher into implicit spirituality, we schematically describe, on the basis of three examples, the existential dimension. This description shows how the existential dimension has an integrating and stabilizing function for people dealing with negative experiences of contingency in general, and disease in particular. By applying the ADCL schedule, developed by M. Scherer-Rath, on the examples provided, the different possibilities of providing meaning are made explicit. The article shows, on the basis of these examples, the importance of a conscious individual integration for a healthy way of coping with disease. Adequate support for patients in this process and research into appropriate methods and routine implementation are important for the current health care system.
existentiële dimensie, contingentie, positieve gezondheid, impliciete spiritualiteit, zingeving/ betekenisgeving,
Titel: Basismethodiek van de geestelijke verzorging
Auteur(s): Smit, J.
Op welke wijze worden psychologische methodieken geïntegreerd in de praktijk van de geestelijke verzorging? In dit artikel schetst de auteur op basis van zijn proefschrift de basismethodiek van de geestelijke verzorging. Op grond van een door hem zelf ontwikkeld zingevingsprocesmodel formuleert hij die uiteindelijk als een sequens. Werken medici en paramedici veel in een consult volgens de lijn ‘anamnese-diagnose-behandeling-controle’, geestelijk verzorgers werken in een begeleidingsontmoeting volgens de lijn ‘naderen-verdiepen-laten-verbinden-vieren’. Op basis van deze basismethodiek kan het verschil in benadering tussen een psychologische begeleidingspraktijk en de geestelijke verzorging op een meer genuanceerde manier geformuleerd worden.
Basic methodology of spiritual care -- How are psychotherapeutic methods integrated in the practice of spiritual care-giving? In this article a basic methodology of spiritual care giving is introduced, based on the author’s PhD thesis. Drawing upon his self-developed model of meaning-giving (which includes world-view and spirituality), the author formulates a basic methodic line of spiritual care giving. While medical and paramedical professionals work along the line ‘anamnesis-diagnosis-treatment-control’, spiritual care givers work along the line ‘come close-deepen-let happen-connect-celebrate’. In this way people get support and aid to take up and continue their lifes. On this basis the difference between a psychotherapeutic practice and a practice of spiritual care can be formulated in a more differentiated way.
methodiek, geestelijke verzorging, zingeving, levensvragen,
Titel: - Zijn moeten willen - en het proefschrift van Job Smit. Geestelijke verzorging veeleer expertise dan domein
Auteur(s): Doremalen, R. van
In reactie op het proefschrift van Job Smit, ‘Antwoord geven op het leven zelf’, waarin een bruikbare basismethodiek voor geestelijk verzorging wordt ontwikkeld, worden zijn vooronderstellingen bekritiseerd. Tevens worden alternatieve vooronderstellingen geponeerd, waarvan betoogd wordt dat zij kansrijker zijn. Daarom wordt tegenover domein, expertise voorgesteld en tegenover een defensieve benadering, een offensieve benadering. De expertise van de geestelijke verzorger is waardencommunicatie. Vanuit die visie kan iedere zorgverlener op zijn niveau aan geestelijke verzorging doen. Dit geldt zowel voor spirituele waarden, ethische waarden als voor welk verlangen dan ook. Dit alternatief betekent voor de geestelijk verzorger een taakverzwaring.
To be; to have to; to want - and the thesis of Job Smit: Spiritual care rather expertise than domain -- The thesis by Job Smit, called ‘responding to life itself ‘, presents a useful methodological baseline for spiritual counseling. This article starts with a critical reflection of the presuppositions underlying the aforementioned thesis. Next, it presents some alternative and possibly favorable presuppositions. It is shown that expertise withstands domain, and the offensive approach opposes the defensive approach. In our opinion, the expertise of the spiritual counselor is found in communication of values. Within the presented vision, every caregiver has the ability to be a counselor of values be it in conflicts of spiritual, ethical or a different nature. For the spiritual counselor, this vision implies an increased workload.
geestelijke verzorging, expertise, domein, waardencommunicatie, defensieve benadering, offensieve benadering,
Titel: Aspecten van belonging in 'multiple religious belonging'
Auteur(s): Berghuijs, J., Kalsky, M., Oostveen, D., Braak, A. van der,
Meervoudige religieuze betrokkenheid of multiple religious belonging (MRB) is als begrip door theologen op de kaart gezet en direct geproblematiseerd, waarbij de discussie zich toespitst op de vraag of MRB mogelijk en wenselijk is. De term MRB wordt buiten de theologie nog weinig gebruikt. Wij zullen in dit artikel MRB definiëren op basis van een brede opvatting van belonging die recht doet aan de vele manieren, al dan niet via religieuze gemeenschappen, waarop mensen uit religieuze tradities putten. Het doel van dit artikel is een sociaalwetenschappelijk kader te ontwikkelen, waarin verschillende aspecten van religieuze belonging belicht worden, met het oog op empirische exploratie en inventarisatie van MRB in een westerse, geseculariseerde context. Daarbij richten wij ons met name op de individuele kant van belonging, zoals die tot uitdrukking komt in: de variatie in mogelijke religieuze expressies (wat), de intensiteit en duur van betrokkenheid (hoe), de motivatie (waarom) en de sociale relaties (met wie) die een rol spelen bij meervoudige religieuze betrokkenheid.
Aspects of 'belonging' in multiple religious belonging -- Multiple religious belonging (MRB) is a term introduced and problematized by theologians. The discussion focuses on the question if MRB is possible and desirable. Outside theology the term is seldom used. In this article, we will define MRB on the basis of a broad conception of belonging that will do justice to the many ways in which individuals can draw from religious traditions, whether or not they are involved in religious communities. The aim of this article is to develop a theoretical framework in which a variety of aspects of religious belonging is included, as a basis for empirical exploration and mapping of MRB in a Western secularized context. We thereby focus on the individual side of belonging, as expressed in the variation in religious expressions (‘what’), the intensity, duration and flexibility of involvement (‘how’), the motivation ‘(why’) and the social reliations (‘with whom’) that play a role in multiple religious belonging.
belonging, multiple religious belonging, individuele religiositeit, flexibiliteit,