Gebruikerslogin

Psyche & Geloof 20, 2009 - 3/4

Beschikbaar
Titel: Modellen van ‘integratie’ in de psychologie en psychiatrie (I) – het debat
Auteur(s): Glas, G.
Dit artikel is het eerste van een drieluik over de relatie tussen geloof, wetenschap en professionele praktijk. Ik begin met een eerste verkennende bespreking van de secularisering die inherent lijkt te zijn aan het proces van professionalisering. Er wordt aansluiting gezocht bij discussies in eigen land. Er wordt een viertal benaderingen geschetst ten aanzien van dit proces. Vervolgens verbreedt de blik zich en worden vijf modellen van integratie besproken zoals die met name in de Amerikaanse literatuur naar voren komen. Deze benaderingen blijken onvoldoende wetenschapsfilosofisch te zijn doordacht. Ik verduidelijk waarom het nodig is systematisch onderscheid te maken tussen alledaagse ervaring, professionele kennis, wetenschappelijke kennis en filosofisch inzicht. Het serieus nemen van dit conceptuele onderscheid houdt in dat ‘integratie’ in elk van deze vier domeinen een ander karakter heeft.
integratie, religie, wetenschap, psychiatrie, psychologie, professionele kennis,
Titel: Modellen van ‘integratie’ in de psychologie en psychiatrie (II) – het normatieve praktijkmodel
Auteur(s): Glas, G.
Dit artikel is het tweede van een drieluik over de relatie geloof, wetenschap en professionaliteit. In het eerste artikel liet ik zien dat het belangrijkste euvel van de Amerikaanse integratieliteratuur wetenschapsfilosofisch van aard is. Te weinig wordt rekening gehouden met het verschil tussen alledaagse ervaring, professionele kennis, vakwetenschappelijke kennis en wijsgerig inzicht. Wanneer wel met dit verschil rekening wordt gehouden krijgt ‘integratie’ in elk van de vier domeinen van kennis een ander karakter. In dit tweede artikel ga ik een stap verder door mij te richten op praktijken waarin kennis wordt gebruikt. Dat doe ik omdat in de beoefening van de psychiatrie en psychotherapie het ontwikkelen en benutten van kennis geen doel in zich is, maar is ingebed in praktijken die primair een handelingsdoel hebben. De focus op praktijken heeft gevolgen voor het integratievraagstuk. Dit vraagstuk krijgt een nieuwe dimensie door de concentratie op het normatieve karakter van praktijken. In dit artikel richt ik mij vooral op de professionele praktijk. Ik geef een analyse van de structuur van die praktijk teneinde een meer compleet beeld te krijgen van hoe religieus inzicht een rol speelt in de psychiatrie en psychotherapie. Aan de hand van het normatieve praktijk model laat ik zien hoe het thema ‘integratie’ verder kan worden uitgewerkt langs de dimensies structuur (niveau) en richting (ontsluiting; toesluiting). Het zal blijken dat de ik-zelf relatie een belangrijke rol speelt in het doordenken van de relatie tussen deze twee dimensies.
-
religie, wetenschap, integratie, normatieve praktijk, professie,
Titel: Modellen van ‘integratie’ in de psychologie en psychiatrie (III) – de filosofie van wetenschap en praktijk
Auteur(s): Glas, G.
Dit artikel is het laatste van een drieluik over de relatie geloof, wetenschap en professionaliteit. In het eerste artikel werd het belang van het onderscheid tussen verschillende typen kennis benadrukt. In het tweede artikel verbreedde de discussie zich. Centraal stond de analyse van de intrinsieke normativiteit van professionele praktijken. Integratie werd nu in verband gebracht met ‘herstel’ en wel langs de dimensies structuur en richting. De ik-zelf relatie speelde daarbij de rol van scharnier, zowel bij de patiënt als bij de psychiater/psychotherapeut. In dit laatste artikel wordt de praktijkgedachte toegepast op de wetenschap en de filosofie. Dat doen we via een bespreking van het werk van Nancey Murphy en Ian Barbour. Vervolgens wordt aan de hand van inzichten van Herman Dooyeweerd gewezen op het primaat van het alledaagse kennen. In het laatste deel van het artikel worden constructivistische bezwaren tegen deze visie en tegen het normatieve praktijkmodel onderzocht en van de hand gewezen.
-
wetenschap, religie, christelijke filosofie, alledaags kennen, constructivisme,
Titel: Psychotherapie in het spanningsveld van professionaliteit en normativiteit
Auteur(s): Glas, G.
Psychotherapie is een professionele activiteit omdat de psychotherapeut zich richt op een bepaald aspect van de problematiek van de patiënt (veelal het affectieve) en door die beperking een dieper inzicht tracht te verwerven. Een te vrezen secularisering van psychotherapie kan worden afgewend als de therapeut zich de abstracte aard van theorieën bewust blijft en zich realiseert dat het gevoelsleven vervlochten is met het geloofsleven. Deze vervlechting kan worden verhelderd met behulp van Dooyeweerds structuurleer van de mens. In therapieën bij patiënten met een christelijke levensovertuiging zal de therapeut trachten het gevoelsleven weer aansluiting te laten krijgen op het geloofsleven door in het affectieve domein die momenten te versterken en te herstructureren die anticiperen op geloof. Dat is een uiterst professionele en tegelijk uiterst normgebonden onderneming.
-
geloof, affectiviteit, Dooyeweerd,
Titel: Ethische aspecten van het marktdenken in de geestelijke gezondheidszorg
Auteur(s): Glas, G.
Welke ethische implicaties heeft het marktdenken in de geestelijke gezondheidszorg? Het antwoord op die vraag moet beginnen met de erkenning dat het geneeskundig handelen niet primair economisch is gekwalificeerd. Vervolgens blijkt de markt meer een effectieve metafoor te zijn die het handelen van beleidsmakers structureert dan een beschrijving van wat er feitelijk gaande is. Er worden drie modellen voor de organisatie van de gezondheidszorg beschreven en de morele principes die in deze typen van organisatie de voorrang hebben. Het gaat om respectievelijk het gildesysteem, het planmatig zorgstelsel en het model van geregelde concurrentie. In de Nederlandse situatie is er sprake van een mix van deze modellen. Vervolgens wordt nagegaan wat de uitwerking is van het marktdenken op de toepassing van de morele principes in elk van de modellen. De conclusie luidt dat marktwerking de arts-patiënt relatie als vertrouwensrelatie onder druk zet; dat ze een potentiële bedreiging vormt voor principes zoals solidariteit en rechtvaardige verdeling; en dat ze daarnaast de professionele autonomie dreigt aan te tasten. Dit wordt toegelicht aan de hand van verschillende typen markten.
-
markt, ethische principes, arts-patiënt relatie, solidariteit, rechtvaardigheid, professionele autonomie,
Titel: De religieuze anamnese
Auteur(s): Glas, G.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de vragen die zoal gesteld kunnen worden in de religieuze anamnese van psychiatrische patiënten. Anders dan vaak wordt gedacht, hebben deze vragen geen betrekking op de zachte rand van de geneeskunde, maar raken ze het hart van waar het in de geestelijke gezondheidszorg om gaat. Deze vragen peilen de spirituele hulpbronnen waarover de patiënt beschikt om existentiële verwarring en de ervaring van uitgesloten te zijn te boven te komen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het belang van de religieuze anamnese, op een aantal oriënterende en meer specifieke vragen en op vragen die verband houden met specifieke religieuze tradities.
-
psychiatrie, spiritualiteit, existentiële vragen,
Titel: Narcisme. Kleine inleiding met het oog op religieuze fenomenen in de psychiatrische en psychotherapeutische praktijk
Auteur(s): Glas, G.
Dit artikel geeft een introductie in het begrip narcisme zoals dat vooral in psychoanalytische kring wordt gehanteerd. Achtereenvolgende conceptualiseringen van narcisme leggen nadruk op de driftmatige achtergrond (narcisme als seksuele perversie), op narcisme als wijze van zich verhouden tot anderen, op narcisme als regressie naar een bepaald ontwikkelingsstadium en op de functie van narcistische gedragingen voor het behoud van het zelfgevoel. Na een korte uiteenzetting over de begrippen ik, zelf en ego-representatie, wordt dieper ingegaan op het werk van Freud, Kohut en Kernberg. Voor de praktijk lijkt een functionele definitie van narcisme, zoals gegeven door Stolorow, het meest bruikbaar. Aan het eind van het artikel wordt ingegaan op de vraag of religieuze ervaringen een narcistische functie kunnen hebben.
-
narcisme, psychoanalyse, religieuze fenomenen,
Titel: Kwaad en verzoening – een korte analyse
Auteur(s): Glas, G.
In een fenomenologisch getinte analyse wordt een drietal aspecten van het kwaad belicht. Het kwaad verzet zich tegen verwoording. Dit hangt samen met een proces van innerlijke splijting. Dit proces wordt onderhouden en versterkt door schaamte. Deze drie aspecten – het niet kunnen verwoorden; de splijting; de schaamte – zijn niet alleen gevolgen van het kwaad, maar ook werkzame momenten van het kwaad zelf. In het zwijgen, de splijting en de schaamte oefent het kwaad zijn macht uit. Vervolgens wordt ingegaan op de notie verzoening. Uit de analyse van verschillende aspecten van verzoening blijkt dat de verzoeningsdaad precies de drie punten raakt die naar voren kwamen in de analyse van het kwaad. Verzoening is een riskant, moeilijk en schaamtevol proces; riskant en moeilijk omdat het tegen de krachten die de loochening en splijting onderhouden, ingaat; schaamtevol omdat zowel de positie van het tot vergeving geneigde slachtoffer als die van de vergeving vragende dader kwetsbaar is. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of verzoening het kwaad ook echt ongedaan maakt. Betoogd wordt dat alleen in een heteronome visie het kwaad als ophefbaar kan worden gezien. Anders gezegd: de psychologie van de verzoening heeft behoefte aan een theologisch fundament.
-
kwaad, vergeving, verzoening, schaamte, splijting,